Sturmabteilung (SA)

0
1990
Sturmabteilung (SA) Propaganda SA mann Brand
Sturmabteilung (SA) Propaganda SA mann Brand

De Sturmabteilung (ook wel SA of Bruinhemden genoemd) was een door Adolf Hitler in 1921 opgerichte beschermingsdienst met in eerste instantie de taak om partijvergaderingen van de NSDPA (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) te beschermen tegen politieke tegenstanders en met als neventaak het intimideren van politieke tegenstanders.

De SA-mannen waren oorspronkelijk niets anders dan uitsmijters, die de partijbijeenkomsten moesten beschermen tegen socialisten en communisten. Linkse tegenstanders kwamen soms met honderd of meer naar nazi-bijeenkomsten om daar vechtpartijen en verstoringen uit te lokken, of om de sprekende Hitler belachelijk te maken. Wanneer dat gebeurde werden ze door de SA-mannen hardhandig verwijderd. Hoewel officieel opgericht als een ‘sportvereniging’ of ‘gymnastiekgroep’ ging de SA steeds meer lijken op een privélegertje. De SA stond onder het commando van Stabchef Ernst Röhm, een voormalige legerkapitein. Rohm had als voormalig legerkapitein en Freikorpslid de juiste contacten, en kon de SA bevoorraden met wapens uit oude legerdepots of van Freikorpsen. De eerste SA-mannen werden dan ook uit de Freikorpsen gerekruteerd.

Leden van de SA werden ‘Bruinhemden’ genoemd, naar de kleur van hun uniformen. Aan hun bovenarm droegen zij een rode band met een hakenkruis (swastika). In de jaren ’20 en ’30 oefende de SA een ware straatterreur uit. De SA-mannen bestormden joodse winkels, verstoorden communistische en sociaaldemocratische partijvergaderingen en intimideerden mensen. Zowel de communisten en socialisten als rivaliserende rechtse groeperingen bezaten hun eigen paramilitaire vleugels met wie de SA graag de confrontatie aanging. Dit liep uit op zware mishandeling en zo nu en dan ook moord. Het conservatieve justitiële apparaat van Beieren was echter relatief welwillend tegenover de SA en trachtte hen zoveel mogelijk te ontzien. Dit stond in schril contrast met de harde straffen waarop communistische relschoppers konden rekenen.

Röhm had de NSDAP gezien als een middel om het leger en de Freikorpsen invloed te laten uitoefenen in de politiek. Hij zag zichzelf niet als ondergeschikt aan Hitler, maar meer als zijn ‘mentor’. Hitler zag de grote macht van de SA met lede ogen aan, maar hij had de beweging nodig. In 1928 werd Röhm ten slotte tot de orde geroepen, waarop deze teleurgesteld ontslag nam en naar Zuid-Amerika vertrok.

De SA had een grote aantrekkingskracht en vormde een belangrijk onderdeel, zoniet de ruggengraat van de partij. De NSDAP hield zich met politiek, toespraken en de verspreiding van folders bezig. In de SA-kazernes heerste echter altijd een kameraadschappelijke sfeer en konden jonge werklozen terecht voor vriendschap, een kop soep en een doorbreking van het eentonige werklozenbestaan. De SA gaf ze een doel en gaf ze wat te doen. Na 1933 groeide de SA sterk door de toestroom van opportunisten die carrière hoopten te maken.

Ook zou de SA een ontmoetingsplaats zijn voor homoseksuelen. Hoewel formeel sterk afgewezen en zelfs actief bestreden door het naziregime zouden er in de leiding van de nazi’s in het algemeen, en die van de SA in het bijzonder een vrij groot aantal homoseksuele mannen zitten en zou oprichter Röhm zelf homoseksueel zijn. Overigens kon dit Hitler ondanks de officiële anti-homoseksuele lijn van de NSDAP weinig schelen, zolang hij de SA maar kon gebruiken.

Bij de Bierhalle Putsch van 1923 was Röhm degene die ervoor had gezorgd dat de putschisten goed bewapend waren, en de SA speelde een grote rol in de opstand zelf. Dit leidde mede tot het verbod op de NSDAP en de SA in 1924. Van 1929-1933 lag de dagelijkse leiding van de SA in handen van Pfeffer von Salomon. In 1926 werd er binnen de SA een privéverdedigingsgroep opgericht om Adolf Hitler te beschermen (ook tegen de SA), de SS. Deze groep kwam later onder de leiding van ((Reichsführer-SS)) Heinrich Himmler. In 1933 keerde Röhm terug om “zijn” SA andermaal te leiden.

De SA bestond grotendeels uit arbeiders, veteranen en (voormalig) werklozen. De beweging en Röhm stonden mede daarom het socialistische luik van het nationaal-socialisme voor. Dit hield onder andere een anti-kapitalistische politiek en meer macht voor de arbeiders in. De economie zou rentevrij moeten worden gemaakt, want rente was immers ‘joods woekerkapitaal’ volgens deze lezingen. Ook de gebroeders Strasser hingen deze ideeën aan, alsmede Gottfried Feder. Ook vond men dat de SA een overheersende rol moest spelen en het leger moest vervangen dan wel inlijven.

Macht van de SA De SA verkreeg aan het einde van de jaren ’20 een ongekende macht. Bij de machtsovername was de SA al 400.000 man sterk, groter dus dan het leger. Deze groei zette zich in 1933 en ’34 versneld door door toestroom van opportunisten. Het leger en het bedrijfsleven waren echter niet blij met deze ontwikkeling. Het leger was verontrust over de concurrentie van de SA en het bedrijfsleven maakte zich zorgen over de vijandigheid van de SA tegen het grootkapitaal. Bovendien hadden SA-mannen een reputatie van relschoppers en ordeverstoorders. Incidenten kwamen vaak voor, waardoor niet slechts de industriëlen, maar ook de gewone burgers van de SA vervreemdden en hen als “tuig” zagen. Bazen namen daarom iemand die lid was van de SA ook liever niet aan, zelfs nu de NSDAP in de regering zat. Het gevolg was dat onder de SA-mannen de werkloosheid onverminderd hoog bleef.

De socialistisch georiënteerde Ernst Röhm en zijn staf gingen Hitler irriteren, vooral na de machtsovername van de laatste in 1933. Hitler had de steun van het leger en de industriëlen nodig en kon Röhms ideeën niet gebruiken. De SA, die doorhad dat de ‘sociale revolutie’ uitbleef, ging zich van de Führer distantiëren. Gefrustreerde SA-mannen vielen een enkele keer zelfs de SS of NSDAP-kantoren aan.

In de lente van 1934 was de SA met 4 miljoen man veel groter dan de NSDAP zelf. Zij beschikte over een eigen blad dat in plaats van Hitler Röhm begon te bewieroken als leider. De SA-mannen, waarvan de meesten een jaar na de machtsovername nog steeds werkloos waren, waren begin 1934 niet te houden. De ‘sociale revolutie’ bleef uit, ze waren en bleven werkloos, en Hitler keerde zich tot het grootkapitaal. ‘Adolf is verrot’, zei Röhm eens in intieme kring, ‘Hij gaat alleen nog maar met reactionairen om’. Een andere uitspraak die Röhm deed had betrekking op de sociale revolutie die ‘desnoods zonder Hitler’ zou worden doorgevoerd. Deze uitspraak, wellicht ongemeend in woede gedaan, werd door Viktor Lutze gehoord en aan Hitler overgebriefd.

De verhoudingen met de NSDAP zijn naar buiten tot het eind toe altijd goed gebleven, en Röhm heeft nooit in het openbaar kritiek op Hitler geleverd. Ook van een plan voor een putsch, zoals de nazi’s later beweerden, is niets gebleken. Daar een enkele boze uitspraak wel erg mager bewijs is begonnen de nazi’s stukken te verzamelen en zelfs te fabriceren waaruit een plan voor een staatsgreep zou blijken. Een onschuldige bijeenkomst van de hogere SA-leiders in het weekend van 30 juni 1934 werd aangegrepen als excuus: in werkelijkheid zouden ze volgens Hitler bijeen zijn gekomen om de vermeende staatsgreep te plannen, met financiële steun van de Fransen.

In de Nacht van de lange messen op 30 juni 1934 werd de SA-top door de SS geëxecuteerd. Het nog overgebleven restant van de SA verklaarde zich loyaal aan Hitler en kwam onder leiding te staan van Viktor Lutze. Maar verder was het uit met de macht van de SA. Het ledenbestand werd gezuiverd en nam al snel gestaag af: in augustus 1934 waren er nog 2.9 miljoen SA-mannen, in april 1938 nog maar 1.2 miljoen. De beweging was nog wel vertegenwoordigd op partijdagen e.d. maar werd meer en meer een ontmoetingsclub voor veteranen. Na de herintroductie van de dienstplicht in 1935 verkozen bovendien de meeste mannen het leger boven de SA.

De paramilitaire rol van de SA werd overgenomen door de SS, en de SA verwerd tot een veredelde padvinderij in uniform. Wie carrière wilde maken in de beweging en de nazi-staat zorgde er maar beter voor geen banden met de SA te hebben.

De SA speelde nog een maal een rol van betekenis. In de Kristallnacht in 1938 waren het de SA-mannen die, in burgerkleding, joodse winkels kort en klein sloegen en hun eigenaren mishandelden.

Ondanks de sterk afgenomen betekenis werd de SA na de oorlog toch tot een illegale organisatie verklaard.

bewerk Bestuur en organisatie Aan het hoofd van de SA stond een Oberster SA-Fuhrer, “hoogste SA-leider”. Dit waren de volgende personen. Merk op dat Röhm, hoewel het werkelijke brein achter de SA, niet het titulair hoofd van de SA was.

Emil Maurice (1920–1921) Hans UlrichKlintzsche (1921–1923) Hermann Goring (1923) Vacant (1923–1925) Franz Pfeffer von Salomon (1926–1930) Adolf Hitler (1930–1945) In 1930 nam Hitler persoonlijk het bevel over de SA op zich om zich zo van hun loyaliteit te verzekeren. Vanaf dit moment was de Oberster SA-Fuhrer een louter titulaire functie geworden. Het dagelijks bestuur berustte bij de Stabschef SA, de staf-chef van de SA. Dit waren de volgende personen.

Ernst Röhm (1931–1934) Viktor Lutze (1934–1943) Wilhelm Scheppmann (1943–1945)

Deze stafchef stond aan het hoofd van de Oberste SA-Führung, de opperste SA-leiding, die nabij Stuttgart resideerde. De SA was onderverdeeld in grote formaties, de Gruppe. Deze Gruppe waren op hun beurt weer onderverdeeld in Standarten en Brigaden. Standarten vormden de organisatie van de SA op plaatsniveau, en waren onderverdeeld in Sturmbahne en Sturme. De SA kende een zeer uitgebreide rangorde, lopend van SA-Mann (SA-man) tot SA-Obergruppenfuhrer (SA-hoofdgroepleider) en de stafchef zelf.

Hiernaast bezat de SA vele subkantoren en -organisaties voor o.a. de financiën, ledenwerving, administratie, beheer van voorraden en materieel, etc. De SA bezat echter geen medische staf en was ook niet aanwezig in de bezette gebieden, in tegenstelling tot de SS. Wel ontstonden uiteindelijk op bescheiden schaal militaire takken. Voorbeelden waren de SA-Marine, een eenheid die de Duitse marine bijstond, en de Feldherrnhalle die uiteindelijk tot een zelfstandig Panzergrenadier divisie en later tot een pantserkorps uitgroeiden.