Stoppen om drenkelingen te redden mocht niet

0
130

ROTTERDAM – Het is voor de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb onbeschrijfelijk wat de zeelieden op de Nederlandse Koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten meemaken. „Vooral het varen in konvooien draaide vaak uit op een nachtmerrie. Een konvooi werd soms met tien onderzeeërs tegelijk aangevallen. Dat maakte veel slachtoffers”, vertelde hij zaterdagochtend bij monument De Boeg in Rotterdam.
Daar werden zaterdagochtend de omgekomen opvarenden van de Nederlandse Koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog herdacht. Aboutaleb legde daar namens het gemeentebestuur een krans. „Na een aanval moesten de schepen blijven varen: stoppen om drenkelingen te redden mocht niet. In het ijskoude water zagen zij hun kans op overleven letterlijk aan zich voorbij varen.”

Aboutaleb maakte zijn toespraak persoonlijk door Jacobus Tazelaar en Jacobus Gorter te noemen. Zij overleefden de koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog. „Tazelaar werkte als marconist en in zijn dagboekje schrijft hij hoe zijn schip een luchtaanval kreeg te verduren, hoe de bemanning in winterse koude op de Atlantische oceaan dobberde, in een overvolle sloep.” Uiteindelijk werden ze dagen later door een vissersschip opgepikt.

Jacobus Gorter voer op een schip dat in een konvooi munitie vervoerde. Het schip werd geraakt door een torpedo. „Van de 88 bemanningsleden was Gorter de enige die het overleefde. Maar korte tijd later moest hij weer gaan varen, vanwege de vaarplicht”, aldus Aboutaleb.

Tijdens de bijeenkomst trad de Koninklijke Zangvereeniging Rotte’s Mannenkoor op en werd er een minuut stilte gehouden.

bron telegraaf