Stalag 17 (1953)

0
80

Stalag 17 is een Amerikaanse oorlogsfilm uit 1953 onder regie van Billy Wilder met in de hoofdrollen William Holden, Don Taylor en Robert Strauss.

De film speelt zich af in een Duits krijgsgevangenenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog en is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski. Bevan en Trzcinski waren tijdens de oorlog krijgsgevangenen in Stalag 17B in Oostenrijk.

De film was een groot succes in de bioscopen en behaalde wereldwijd een omzet van 10 miljoen dollar. Ook de critici prezen de film, die wordt beschouwd als een van de beste drie films die zich afspelen in een krijgsgevangenenkamp (naast The Great Escape en The Bridge on the River Kwai). William Holden ontving een Oscar voor zijn hoofdrol in de film. Er waren ook nominaties voor een Oscar voor Beste regie (Billy Wilder) en Beste bijrol (Robert Strauss).

In barak 4 van Stalag 17, een Duits krijgsgevangenenkamp, verblijft een aantal Amerikaanse soldaten. Twee van hun vrienden, die probeerden te ontsnappen, zijn betrapt en doodgeschoten. Iedereen in de barak is er nu van overtuigd dat de twee zijn verraden door een spion in hun midden.

Al snel valt de verdenking op sergeant Sefton. Sefton is cynisch en weinig sociaal. Hij heeft geen interesse om te ontsnappen en wil zijn leven in het kamp zo aangenaam mogelijk maken. Om die reden ruilt hij sigaretten tegen eieren, zijden kousen, deken en andere luxe zaken met de Duitsers. Als de gevangenen hun clandestiene radio kwijtraken aan de Duitsers, is dat koren op de molen van de spionnentheorie. Als Sefton de Duitsers omkoopt om een dag door te brengen bij de vrouwelijke Russische krijgsgevangenen, denken zijn makkers dat Sefton als beloning voor zijn judaspraktijken dit voorrecht krijgt. Als hij terugkomt wordt Sefton er openlijk van beschuldigd de verklikker te zijn. Hij wordt in elkaar geslagen en zijn bezittingen worden verdeeld over de gevangenen. Sefton besluit uit te zoeken wie de echte verrader is. Tijdens een luchtalarm ontdekt hij dat de veiligheidschef van de barak, Price, de verklikker is. Sefton denkt dat Price een Duitser is die zich voordoet als Amerikaan.

Als de SS arriveert om luitenant Dunbar naar Berlijn te brengen voor verhoor is barak 4 in rep en roer. Dunbar wordt er namelijk van verdacht, tijdens een vlucht uit een andere Stalag, een munitietrein te hebben opgeblazen en zal waarschijnlijk worden doodgeschoten als saboteur. Zijn maten verbergen hem. Als Price voorstelt om met Dunbar te ontsnappen, grijpt Sefton in. Hij vraagt Price wanneer hij hoorde dat Japan Pearl Harbor aanviel en hoe laat dat was. Price noemt de correcte datum, maar zegt vervolgens dat het zes uur in de avond was. Dit was echter het tijdstip in Berlijn en niet in de VS. Price’ kleding wordt doorzocht en al snel vindt Sefton een codeboekje van de Duitsers. Price wordt later gedood in een afleidingsmanoeuvre. De afleiding is bedoeld om Sefton en Dunbar te laten ontsnappen. De nog immer cynische Sefton is er namelijk van overtuigd dat hij een flinke beloning zal krijgen van Dunbars rijke familie.

De naam Stalag is afkomstig uit het Duits en betekent Mannschaftsstamm- und Straflager (ook wel “Stammlager”), Het was de benaming voor een krijgsgevangenenkamp voor manschappen en onderofficieren die gedurende de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsgevangenschap waren geraakt. Volgens de regels van de Conventie van Genève moeten krijgsgevangenen ver van het front onder vastgelegde omstandigheden worden vastgehouden. Capaciteitsproblemen leidden er tijdens de oorlog toe dat na 1940 ook krijgsgevangen gemaakte officieren, die eerder in “Oflags” (Offizier-Lager) gevangengezet werden, naar Stalags werden gebracht. Stalag 17 was een krijgsgevangenenkamp van de Luftwaffe in de buurt van de Oostenrijkse stad Linz aan de Donau. De eigenlijke naam was overigens Luft Stalag 17B, een speciaal krijgsgevangenenkamp voor luchtmachtpersoneel. Om die reden werd het kamp ook bewaakt door soldaten van de Duitse luchtmacht, de Luftwaffe. In de film is dit detail overigens weggelaten.