Siegfried line

0
880

De Siegfried line was een verdedigingslinie die vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd door de Duiters. De linie loopt van Kleef, aan de Nederlandse grens, tot aan de Zwitserse grens, met een lengte van meer dan 630 km.

De Siegfried line werd gebouwd tussen 1936 en 1945 in opdracht van Adolf Hitler. De linie in het westen was een reactie op de Franse Maginot line, een gigantisch fortenstelsel langs de Duitse grens, dat de Duitsers het nodige ontzag inboezemde. Het bouwproject is vergelijkbaar in omvang met de aanleg van de Duitse snelwegen waardoor duizenden mensen aan het werk konden. De werking was psychologisch en strategisch bedoeld: als oppepper voor de Duitse bevolking en als afschrikking voor de Geallieerden. Het strategische voordeel dat Hitler met de Siegfried line behaalde bleek in september 1939. Er waren slechts 100.000 à 200.000 soldaten in de linie gelegerd, terwijl de hoofdmacht in Polen was. Frankrijk had hiertegenover 100 divisies (bijna 800.000 man). In deze periode ontstond de Sitzkrieg, kleine plaagacties over en weer. Men was overtuigd van de kwaliteit van elkaars verdedigingslinies, beide landen durfden elkaar niet frontaal aan te vallen.

De Franse Generaal Gamelin heeft op 6 september een Offensief gestart tegen Duitsland, maar gaf de opdracht om halt te houden 1 kilometer afstand te houden van de Siegfried Line. ( zie Frans offensief in de Saar)

Duitsland had nog geen reden voor een aanval in het Westen, men vocht nog een strijd in het Oosten. In mei 1940, nadat Polen was verdeeld tussen Duitsland en de Sovjet-Unie, vielen de Duitse troepen wel aan De linie kan echter niet worden vergeleken met de Maginot Line. Het was een totaal ander concept, gebaseerd op ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers geloofden meer in ‘kleine’ gevechtsopstellingen die elkaar onderling konden steunen met diepte in de verdediging. Het oorspronkelijke concept werd echter in 1944 snel aangepast. Men dacht in de jaren ’30 de gevechten vanuit de bunkers te moeten voeren, maar deze bleken in 1944 eerder dienst te doen als ‘betonnen muizenvallen’. Het nieuwe concept uit 1944 betekende dat de bunkers bescherming moesten bieden tijdens beschietingen, maar dat gevechten vanuit opstellingen buiten de bunkers gevoerd werden.

In 1944 bood de verouderde Siegfried line een veilige schuilplaats voor de terugtrekkende Duitse eenheden. Door logistieke problemen aan geallieerde kant en een onterecht ontzag voor de Siegfried line kregen de Duitsers ook nog eens tijd voor een reorganisatie van hun verdediging en het Ardennen Offensief. Toen dus de geallieerden vanaf half september 1944 de opmars hervatten, ontstonden verbeten en felle gevechten, waarna de opmars snel vastliep. Omdat in die tijd ook de Slag om Arnhem door de geallieerden verloren werd en in december 1944 het Duitse tegenoffensief in de Ardennen moest worden teruggeslagen, duurde het tot maart 1945 voordat de geallieerden door konden breken naar Duits grondgebied.