Home Blog Page 76

DE ONDERDUIKER

0

Treintransport

Bij de treintransporten werden de mannen in goederen – en veewa­gens gepropt. Zwaar bewaakt vertrok de trein met zijn hongeri­ge en dorstige ‘passagiers’ in overvolle smerige wagons. De langdurige reis, gevolg van de heersende wantoestanden en omwegen, werd soms onderbroken. De plaatselijke bevolking maakte daarvan gebruik om voedsel en drinken te brengen. In Hilversum konden op die manier 600 mannen met behulp van de omwonenden ontsnappen. Hoe zo’n treinreis verliep beschrijft een van de mannen aldus:

” K. was Zaterdag 11 November uit Rotterdam vertrokken en kreeg ‘s Zondags van de bevolking in Narden-Bussum? eten en drinken. Dezelfde dag reden de mannen van zijn trein verder. Zij kregen niet eerder dan Dinsdag 14 November in Hagen (Dld.) een beker koffie en een bordje soep (grauw water). De volgende dag, eveneens te Hagen, werd nogmaals een bord soep verstrekt. Op de verdere tocht kreeg men niet eerder dan op 17 November ‘s avonds in Neurenberg 2 broodjes (kuch) voor 3 man”.

De Rotterdammer lieten uit dankbaarheid jegens de lokale bevolking de volgende advertentie op 15 November in de Naarder Courant zetten:

__

12 Nov. 1944

Hartelijk bedankt aan de Naarden-Bussummers?

voor de vele goede en groote gaven aan de Rotterdammers

Wagon No. 58881

__

ONTSNAPT AAN DE ‘GRüNE POLIZEI’

0

In de voormalige Sluisstraat te Naarden woonde Willem Groenhart de kleer­maker. Tijdens de oorlog werd hij commandant van een verzets­groep in Naarden. Tot deze groep behoorden zijn zoons Gerrit en Willem, Tinus Nachtegaal, Jilles van der Heijden, Loek Koudijs en Jaap Klinkenberg (1902-1978). Deze illegalen train­den voor het plegen van sabotage – en verzetsdaden. Ze waren bewapend met stenguns. Het oefenen met dat wapen gebeurde in een loods van de firma Kuhn. In deze loods lagen zakken beet­wortelzaad opgeslagen, die werden gebruikt om het geluid te dempen.

Ook hielp Willem Groenhart ‘Rijksduitsers’, die in Naarden gelegerd waren, bij het deserteren. Er lag namelijk in de Vesting een eenheid van de Wehrmacht, bestaande uit Duitsers die reeds voor de oorlog in Nederland waren ingeburgerd. Sommigen hadden zelfs hun gezin ondergebracht in ons garni­zoensstadje. Al gauw was het bij deze ‘Rijksduitsers’ bekend dat het mogelijk was via Willem Groenhart onder te duiken. Verschillenden kwamen naar de kleermakerij en verwisselden hun uniform voor een burgerkostuum. Het uniform werd direct ver­brand. Het is logisch dat fanatieke Nazi’s dit ook te horen kregen. Om die reden werd op 15 april 1945 een inval gedaan in het huis van de familie Groenhart. Drie man van de beruchte Grüne Polizei doorzochten het hele huis. Terwijl ze daarmee bezig waren kwam een lid van de verzetsgroep achterom bij Groenhart binnen. Één van de Duitsers vroeg wat hij kwam doen. De illegaal had de tegenwoordigheid van geest om direct een smoes te verzinnen. Hij zou af en toe een ‘sjekkie’ mogen draaien bij Groenhart. De Duitser was argwanend en zei dat hij zijn gang mocht gaan. Toevallig wist de man waar de bus met tabak stond en hij draaide een sjekkie. De soldaat was over­tuigd en hij kon gewoon het huis verlaten. Met Jaap Klinken­berg, die even later binnenstapte om munitie te halen, liep het minder goed af. Hij werd gearresteerd en toen hij vroeg om naar de W.C. te gaan, moest de deur openblijven en bleef er een soldaat bij. Klinkenberg heeft toen de W.C.-deur hard tegen de soldaat geslagen. Vervolgens is hij door de keuken­deur ontsnapt. Buiten gooide hij een paar fietsen tegen de deur aan. Door de steeg achter het huis rende hij de Nieuwe Haven op in de richting van de Pastoorstraat. Op het moment van de ontsnapping werd Gerrit Groenhart op de bovenverdieping door een soldaat verhoord. Door het kabaal beneden rende de soldaat naar een raam dat uitzicht bood op de steeg. Hij zag Klinkenberg vluchten en schoot met zijn pistool op hem. Geluk­kig ketste het wapen. Uit de keukendeur kwam toen een andere soldaat de Nieuwe Haven oprennen. Hij riep de Duitse wacht op de Sluis (2) toe om ook te schieten. Klinkenberg rende op dat moment om de hoek de Pastoorstraat in. Dat was op het nipper­tje, een kogel doorboorde zijn jas. Klinkenberg dook tot de bevrijding onder in de Grote Kerk.

Mogelijk had de Grüne Polizei het persoonsbewijs van Klinken­berg afgenomen of iemand gaf zijn adres door. Onmiddellijk na de ontsnapping volgde een huiszoeking in zijn woonhuis St. Annastraat 40. Mevrouw Klinkenberg moest toezien hoe een deel van de inboedel vernield werd. Ook de daarachter liggende boerderij van Herman de Gooijer werd doorzocht. Gelukkig vroe­gen de soldaten niemand zich te legitimeren. Toevallig was namelijk de zeven­tien-jarige zoon van Klinkenberg aanwezig in de woonkamer van de boerderij. Een zoon als gijzelaar nemen was bij de Gestapo gebruikelijk om een vader te dwingen zich aan te geven. Persoonlijk heb ik gezien hoe een soldaat met getrokken pistool over het erf van onze boerderij liep. De man was buiten zich zelf van woede. Zijn hand, met daarin het pistool, trilde van zijn drift.

Gerrit Groenhart en Jilles van der Heijden werden gearres­teerd. Maandag 7 mei kwamen ze gelukkig terug in Naarden. Door de vredesonderhandelingen van eind april waren zij gespaard gebleven. Op 5 mei dook ook Klinkenberg weer op. Hij was voorzien van een armband van de Binnenlandse Strijdkrachten. Ook zijn gezin keerde terug in de St. Annastraat. De jongste kinderen was verteld dat hun vader was overleden. Kort na de bevrijding zei één van hen: “Eerst was mijn vader dood en nu loopt hij weer met kranten”. Als Klinken­berg later over zijn ontsnapping vertelde, liet hij zijn jas met kogelgat zien. De jas werd jarenlang zuinig door de familie bewaard.

F.J.J. de Gooijer

Naarden

Noot:

1. Het ‘Dagboek van een Naarder 1940-1945’ wordt toegeschreven aan Jan Hulscher (1877-1950) en is in een bewerking van drs. Mies Langelaar in mei 1995 door het Stadsarchief van Naarden uitgegeven.

2. Thans is achter de Sluisbrug gevestigd “Het Arsenaal” van Jan des Bouvrie.

SIGNAAL 1ste DECEMBER AFL. 1943 NR. 23

0

Het type “vliegend fort” , dat bij een enkelen terreuraanval zoo’n gevoelige nederlaag leed, heeft een zogenaamd “montagegewicht” – dat is het vlieggewicht der machine zonder wapens, bommen, benzine en olie – van ongeveer 18 ton. Deze vliegtuigen hebben vier Wright-Cyclone? –motoren met ingebouwde turbines met aflaat voor gassen. De motoren hebben een startprestatie (d.w.z. een korte maximumprestatie) van

1200 pk, de vliegprestatie op 7000 meter hoogte ligt ongeveer bij 1100 pk . De grootste snelheid der machine bedraagt circa 450 kilometer per uur op een hoogte van 9000 meter. Ter verdediging tegen jagers is het vliegtuig met 10 tot 12 zware machinegeweren uitgerust. De bemanning er van bestaat uit 4 officieren en 5 man, namelijk 2 piloten, 1 waarnemer, 1 bomtirailleur, 2 mechaniciens, 2 marconisten en 1 kanonnier. Tijdens de luchtgevechten staat de heele bemanning met uitzondering van de piloot aan de machinegeweren.

Van het 18 ton “montagegewicht” van zoo’n “vliegend fort” bestaat op z’n minst 40 % uit duraluminium, dat zijn circa 7,5 ton. Het verlies van 121 bommenwerpers op een dag beteekent dus ook, dat 907,5 ton duraluminium aan het Amerikaanse oorlogspotentieel worden onttrokken. Deze 907,5 ton, die voor de Duitse bewapeningsindustrie een welkom geschenk zijn, vullen 90 spoorwegwagons van elk 10 ton – dat zijn twee lange goederentreinen. Van dit aluminium hadden ongeveer 20 millioen pannen gefabriceerd kunnen worden!

Dit verlies van de Engelschen en Amerikanen betekent echter veel meer, want aluminium wordt uit bauxiet gewonnen en wel in de verhouding 1 : 4. De Amerikanen moeten dus voor het winnen van deze 90 goederenwagons vol aluminium 360 goederenwagons bauxiet smelten. Voor het smelten van deze hoeveelheid zijn weer circa 25 millioen kilowattuur stroom nodig, wat overeenkomt met het dagelijksche stroomverbruik van een industrieland met ongeveer 20 millioen inwoners.

Als een leek eens een kijkje neemt in een gecompliceerd technisch gevechtsvliegtuig, ziet hij een warwinkel van kabels en toestellen. In den cockpit zit de piloot voor tal van controlemeters voor den oliedruk, de benzine en de hydraulische pompen.

Daar zien we vele toestellen, die de vliegers kortweg blindvlieg-uitrusting noemen, met kunstmatigen horizon, magnetische en andere kompassen, hoogte-, snelheids-, stijgings- en dalingsmeters.

Behalve de laaddrukmeter voor de compressoren en de toerentellers der motoren is daar dan het vliegmechanisme, waarvan alle draden in den stuurknuppel bijeenkomen. Dan hebben we nog de start- en landingskleppen, hefboom en schakelaar voor het uitlaten en intrekken van de wielen en voor de propellerbladen.

De waarnemer moet haast net zoveel toestellen bedienen, die voor de navigatie en voor de observatie van de weergesteldheid onontbeerlijk zijn.

Het bommendoeltoestel met zijn optische fijnheden is een klein kunstwerk op zichzelf.

———-

Bron:

Het in Nederland door de Duitse bezetter uitgegeven blad SIGNAAL.

Verzameling F.J.J. de Gooijer

———

‘The Flying Fortress’ en de Nazi propaganda.

De opmerking over de 907,5 ton, die voor de Duitse bewapeningsindustrie een welkom geschenk is : Het lijkt op een uitspraak van Johan Cruijf: “Ieder nadeel heeft zijn voordeel” .

ZES EN EEN KWART

0

Door de invoering van de euro zijn veel benamingen van bankbiljetten en vooral munten verloren gegaan. Als jongeren over tien jaar lezen of horen spreken over de oude muntstukken, kwartje, gulden, piek, daalder, rijksdaalder, gouden vijfje of tientje, dan klinkt het hun vreemd in de oren. Herdrukken van negentiende en twintigste-eeuwse boeken dienen dan voorzien te worden van een uitleg.

Mogelijk ontstaan er in de toekomst nieuwe muntbenamingen. De namen stuiver en dubbeltje zullen wel overleven. Na de bevrijding kon men een tijdlang met drie soorten munten betalen, namelijk met het vooroorlogs, oorlogs en met het naoorlogs geld. Nadat er voldoende munten waren, verdwenen er een paar vreemdsoortige munten. Wie kent nog de halve cent en de vierkante stuiver.Tijdens de oorlog kon men met deze munten nog een standbeeldje maken van de beruchte Seyss-Inquart?. Men nam een cent. Daarop soldeerde men de punt van een vierkante stuiver en aan de bovenzijde ervan kwam een gehalveerde halve cent. Het resultaat was waard ZES EN EEN KWART, een van de vele scheldnamen van de nazi zetbaas in Nederland. De spotnaam was niet alleen gebaseerd op zijn verbasterde naam, de man liep ook mank. Het beeldje was te gebruiken als sigarettendover. Meer praktisch was het als pijpenstopper, bij gebruik van de slechte eigen tabaksteelt. Tijdens het aanstampen kreeg Seyss het heet onder de voeten – uiteindelijk in mei 1945 met goed gevolg.

Uiting van ‘klein verzet’. Zes-en-een-kwart is een van de spotnamen voor de nazi Dr. Arthur Seyss-Inquart?. Seyss is afkomstig uit Oostenrijk. Als rijkscommissaris van het bezette Nederland staat hij direct onder Hitler. Hij heeft aan een val in de bergen een mank been overgehouden, dus die ‘kwart’ is meer dan een verbastering. Andere bijnamen voor hem zijn Seys Hinkelepink, Leyss Hinkwat en Judas Mankabenus. Na de oorlog wordt hij in Neurenberg berecht en opgehangen.

Het twee-en-een-halve centstuk kennen waarschijnlijk alleen nog de muntverzamelaars. De grote bronzen munt stond ook bekend als ‘plak’, ‘lap’ en vooral als ‘vierduitstuk’. Die laatste benaming stamt uit het begin van de negentiende eeuw na de invoering van het Nederlandse decimale geldstelsel. De stuiver van voor 1800 was onderverdeeld in 8 duiten of 4 oortjes. Het muntje van een halve stuiver was dus 4 duiten waard en werd daarom een vierduitstuk genoemd. Na de invoering van het decimale geldstelsel ging die naam over op het bronzen twee en halve cent stuk. Tijdens de bezetting kwam er nog tijdelijk een zinken uitvoering van. De laatste geslagen uitvoering ervan is tamelijk zeldzaam en heeft een hoge verzamelwaarde.

De vooroorlogse 2 1/2 cent werd tijdens de crisisjaren gebruikt als kerkegeld voor kinderen. Ze konden zo een (vier) duit in het kerkezakje doen. Belangrijk was de ‘plak’ als ‘gasmunt op afbetaling’. In de woningen stonden vroeger munt-gasmeters. Een gasmuntje kostte in 1933 negen cent en was goed voor 1 kubieke meter stadsgas. Het vierduitstuk was even groot als een gasmuntje. Het moest alleen voorzien worden van een uitsparing (zaagsnede) om in de meter te kunnen. Deze noodmunt gaf tijdelijk uitstel van betaling, als de meteropnemer kwam, moesten deze ‘nep’ gasmunten worden afgerekend.

Door F.J.J. de Gooijer.

Vazal van Hitler herdacht in Kroatië

0

dinsdag 30 december 2008 10:17

De Kroatische leider tijdens de Tweede Wereldoorlog, Ante Pavelic(1889-1959), is door ongeveer honderd bewonderaars herdacht in een kerk in het centrum van Zagreb. Dat meldden lokale media maandag. Tijdens het bewind van Pavelic werden honderdduizenden Serviërs, joden en zigeuners om het leven gebracht.

De dienst werd gehouden in een rooms-katholieke kerk midden in Zagreb. Volgens de krant Jutarnji List zou de bijeenkomst zijn georganiseerd door de Kroatische Vrijheidsbeweging. Die werd door Pavelic zelf in 1956 opgericht. In de jaren dertig vormde Pavelic zijn beruchte knokploeg Ustase om tegenstanders te terroriseren of te vermoorden.

Hij stichtte met de Ustase en gesteund door de veroveraars van Joegoslavië Hitler en Mussolini, in 1941 de fascistische ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’.

Het schrikbewind ging zo wreed te werk dat het zelfs bij de Duitse en Italiaanse bondgenoten afschuw veroorzaakte. Pavelic vluchtte aan het einde van de oorlog naar Argentinië en woonde de laatste twee jaren van zijn leven in Spanje.

MA 29 dec 2008 | 14.34

Bron: Ikon ANP

‘Mensenrechten na WO II opzij gezet’

0

HILVERSUM – De 150.000 nazi-aanhangers die na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse kampen werden opgesloten, zijn structureel uitgehongerd en mishandeld.

Dat stelt historicus en journalist Koos Groen in zijn nieuwe boek Fout en niet goed, dat 15 december uitkomt.

Groen schreef al verschillende boeken over het onderwerp. Voor zijn nieuwste werk kreeg hij naar eigen zeggen echter inzage in geheime dossiers van het Nationaal Archief en het ministerie van Justitie. Ook stelt hij notulen van de ministerraad in de naoorlogse jaren te hebben ingezien.

Mijnenveld

Groen stelt onder meer dat er na de bevrijding van het zuiden van Nederland in september 1944 honderd NSB’ers opzettelijk een mijnenveld in Limburg zijn ingejaagd, waarbij ze allemaal omkwamen.

Ook kwam naar voren dat de Scheveningse gevangenis, waar na de bevrijding in mei 1945 veel collaborateurs werden opgesloten, in de weekeinden regelmatig de deuren opende voor het publiek.

Kijken

”De mensen kwamen dan bij wijze van uitje een middagje kijken naar ‘foute Nederlanders’, alsof het een soort Artis was”, aldus Groen.

In de Nederlandse interneringskampen stierven volgens de onderzoeker door gebrek aan hygiëne en medische verzorging en voedsel meer dan duizend mensen.

Vrouwen

”Na de bevrijding zijn de mensenrechten in Nederland bewust opzij gezet”, oordeelt Groen. Het zou niet alleen om volwassenen, maar ook om baby’s, kinderen en bejaarden gaan.

Bovendien werden vrouwen stelselmatig vernederd en seksueel geïntimideerd.

Zelfmoord

Ook heeft Groen naar eigen zeggen verslagen gevonden van ooggetuigen van de zelfmoord van Meinoud Rost van Tonningen, de NSB-secretaris-generaal van Financiën in de Tweede Wereldoorlog.

Hij sprong in juni 1945 van een trap in de gevangenis in Scheveningen. Zijn vrouw Florrie, die in 2007 overleed, bleef tot haar dood roepen dat haar man vermoord was.

bron nu.nl

Churchill liet bom met gifnaalden maken

0

zaterdag 27 juni 2009 18:57 Van onze correspondent Gert-Jan van Teeffelen

Gepubliceerd op 26 juni 2009 19:54, bijgewerkt op 27 juni 2009 09:22

LONDEN – Niets was de Britse regering van Winston Churchill te gruwelijk; zolang het maar een overwinning op de nazi’s zou opleveren. Dit beeld rijst op uit een ultrageheim wetenschappelijk project waaraan tussen 1941 en 1945 blijkt te zijn gewerkt.

Volgens documenten die vrijdag zijn vrijgegeven door het nationaal archief, was het de bedoeling om vijandelijke troepenconcentraties te bedelven onder een regen van giftige dartpijltjes. Die hadden moeten worden afgeworpen in clusterbommen van vijfhonderd pond, met elk 30 duizend projectielen.

Als gif zou een synthetisch urethaan worden gebruikt, en een stof die werd aangeduid als X. ‘Bij penetratie in het vlees volgt de dood, indien niet uitgeplukt, binnen 30 seconden’, aldus een van de stukken. Zo niet, dan zou verlamming of gruwelijke pijn de soldaten in kwestie toch hebben uitgeschakeld.

Aan het project, waaraan enkele Britse topbacteriologen meededen, werd gewerkt in een complex bij Salisbury.

Ook de Canadezen werden ingeschakeld; zij toonden zich enthousiast over dit ‘veelbelovende nieuwe chemische wapen’. Zo bombardeerden zij velden en loopgraven in Alberta, waarin geiten en schapen – gehuld in militaire uniformen – waren losgelaten om het effect van de pijltjes te meten.

Zelfs de beoogde leverancier was al benaderd: naaimachinefabrikant Singer. Het geheime karakter leidde echter tot een verwarrende correspondentie.

‘Wij vrezen dat we niet geheel begrijpen wat precies uw wensen zijn’, schreef Singer. ‘Uit uw opmerkingen valt op te maken dat de naalden voor een ander doel zijn bestemd dan voor naaimachines’, waarop de firma overigens meldde graag te willen helpen.

Een Britse ambtenaar liet weten dat ‘het een beetje moeilijk is om uit te leggen’. Hij verzekerde Singer echter dat een ‘mesvormige punt absoluut essentieel’ was voor de naalden.

Uit het dossier, vrijgegeven na een verzoek tot openbaarmaking, komt naar voren dat het wapen uiteindelijk niet is ingezet door twijfel over de effectiviteit. Gevreesd werd dat de vijand al snel zou leren schuilen tussen bomen of in gebouwen.

Bron: volkskrant.nl

11 echtparen krijgen postuum Yad Vashem

0

maandag 15 juni 2009 13:58

ANP

Gepubliceerd op 15 juni 2009 12:25, bijgewerkt op 15 juni 2009 12:43


DEN HAAG – Bijna 25 mensen krijgen woensdag in Den Haag postuum een onderscheiding van Yad Vashem, het joodse instituut ter herdenking van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. De ceremonie vindt plaats in het Provinciehuis van Zuid-Holland?, meldde de Israëlische ambassade in Den Haag maandag.

Elf echtparen ontvangen postuum de eerbewijzen voor hun hulp aan bedreigde Joden. Ook een dochter van een echtpaar krijgt een onderscheiding. Truus Meijerink vroeg haar ouders om een Joodse jongen in huis te nemen. En de ongehuwde Johanna Lebbink besloot, hoewel haar broer en een Joodse onderduiker door de nazi’s werden vermoord, opnieuw een toen 13-jarige Joodse jongen in huis te nemen.

De Israëlische ambassadeur Harry Kney-Tal? reikt in bijzijn van minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) en de Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland? Jan Franssen de medailles en bijbehorende certificaten uit. Een dochter of zoon van de inmiddels overleden mensen neemt die in ontvangst.

Allen krijgen de titel Rechtvaardige onder de Volkeren, de hoogste onderscheiding die de staat Israël kent. Hun namen zullen voor altijd gebeiteld staan in de Eremuur van Yad Vashem in Jeruzalem.


Bron: volkskrant.nl

Dagboeken Anne Frank voortaan permanent te zien

0

maandag 15 juni 2009 13:52
ANP Gepubliceerd op 11 juni 2009 12:08, bijgewerkt op 11 juni 2009 20:32

AMSTERDAM – Alle dagboeken en geschriften van Anne Frank zijn voortaan permanent te bezichtigen in het Anne Frank Huis in Amsterdam. De Anne Frank Stichting opent daartoe in november een nieuwe tentoonstellingsruimte in het huis aan de Prinsengracht.

De stichting sloot donderdag, op de dag voor de tachtigste geboortedag van de dagboekenschrijfster, een overeenkomst met het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarin is vastgelegd dat alle handschriften van het joodse meisje voortaan permanent ter beschikking komen van de stichting.

Meerderde dagboeken

De geschriften zijn tegenwoordig onderdeel van de collectie van het NIOD. Het instituut kreeg de werken na het overlijden van Anne’s vader Otto Frank in 1980. Sindsdien leende het NIOD al regelmatig dagboekgeschriften uit aan de Anne Frank Stichting.

Het eerste roodgeruite dagboek is in het Anne Frank Huis momenteel in een vitrine te bezichtigen. Het boek wordt steeds op een willekeurige bladzijde opengelegd. In de nieuwe tentoonstelling zijn daarnaast het tweede en derde dagboek, het Verhaaltjesboek en het Mooie Zinnenboek te zien. Van de paar honderd broze doorslagvellen waarop Anne haar dagboek vanaf mei 1944 heeft herschreven, worden veertig afwisselend tentoongesteld.

‘Geschenk aan de wereld’

Met de nieuwe tentoonstelling willen de betrokkenen ‘recht doen aan de grote betekenis van Anne’s geschriften als cultureel erfgoed’. Minister Ronald Plasterk: ‘Anne Frank is wereldberoemd, en het is fantastisch dat het Nederlandse publiek en het wereldpubliek nu voor het eerst haar complete werk in het origineel kunnen zien.’ Hij noemde de overeenkomst dan ook een ‘geschenk aan de wereld.’ ‘Alle dagboeken zijn terug waar ze zijn geschreven, hier in het Achterhuis. Daar horen ze thuis.’

Hans Westra, directeur van de Anne Frank Stichting, is blij dat nu recht wordt gedaan aan Anne Frank als schrijfster. ‘Met het tonen van de geschriften in het Anne Frank Huis kunnen we publiekelijk uitleggen hoe Anne haar dagboek heeft samengesteld en hoe de ontwikkeling van Anne als schrijfster plaatsvond.’

Herdenking 80ste geboortedag

Als Anne Frank de oorlog had overleefd, zou ze vrijdag 80 jaar zijn geworden. Op tal van plaatsen wordt haar geboortedag herdacht, ook op televisie. Op Nederland 2 hebben NOS en NPS voor deze gelegenheid de handen ineen geslagen. Ze maken vanuit het Anne Frank Huis in Amsterdam een rechtstreekse uitzendingmet gasten uit binnen- en buitenland.

Historicus Cees Fasseur noemt Anne Frank een ‘icoon’, zoals Rembrandt of Johan Cruijf. De korte levensgeschiedenis van Anne Frank heeft volgens hem voor Nederland en de Nederlanders een positief beeld opgeleverd in het buitenland.

Bron volkskrant.nl

Bewaar deze ruïnes, beval De Gaulle

0

maandag 8 juni 2009 20:23

Door Ariejan Korteweg

Gepubliceerd op 08 juni 2009 02:45, bijgewerkt op 8 juni 2009 14:05

De ruïnes van het door de Duitsers op 10 juni 1944 platgeschoten dorp Oradour liggen onaangeraakt in het Franse landschap. ‘Zodat niet wordt vergeten wat hier is gebeurd. Robert Hébras in de kerk van het oude Oradour-sur-Glane?. (Joost van den Broek / de Volkskrant) ‘Hier aan de linkerkant was mijn kamer. Je ziet nog een stuk haardijzer aan de muur. En onder die stenen ligt een deel van mijn bed. We hadden stalen bedden in die tijd.’ Turend naar de resten van zijn ouderlijk huis, en wandelend langs de bouwvallen, kan Robert Hébras alles benoemen. Hij weet waar de bakker en de kapper woonden, hij herinnert zich het geluid van de tram in de bochten, hij weet hoe de auto van de dokter klonk die nu 100 meter verderop staat weg te roesten.

Dorpsgarage

Op het meest intense moment van zijn leven is de tijd stilgezet. Zijn klok is blijven hangen op 10 juni 1944. Hébras was 19 jaar en leerling-monteur bij de dorpsgarage toen de Duitsers de inwoners van Oradour-sur-Glane? bij elkaar dreven op het marktplein. Een geweer had hij nog nooit gezien, de oorlog was langs Oradour heen gegleden. Sterker, de boeren deden goede zaken als de inwoners van Limoges in het weekeinde voedsel kwamen kopen. SS’ers waren wezens van een andere planeet. ‘Hier in deze schuur werden we bij elkaar gebracht met een groep van vijftig of zestig man’, zegt hij, stilstaand voor een terrein met half ingestorte muren. ‘Toen de Duitsers begonnen te schieten, viel iedereen over me heen. Ik heb me doodstil gehouden en eindeloos lang gewacht.’ Het is het verhaal van Srebrenica, van Rwanda, van zoveel slachtpartijen die uit naam van een oorlog worden gepleegd. Altijd is er iemand die onder op de berg belandt en het overleeft. Om het verhaal te vertellen, een leven lang. Zodat niet wordt vergeten wat hier is gebeurd.

Ruïnes

In maart 1945, een klein jaar na de moordpartij, bezocht generaal Charles de Gaulle Oradour. Hij had een geniaal voorstel. Bewaar deze ruïnes in zo goed mogelijke staat, verordonneerde hij. Een dergelijke verschrikking mag niet worden herhaald. Zo is het gegaan. Dankzij die ingeving is Oradour uniek. De open wond van het oude dorp is nooit gehecht. Een kilometer verderop, op wat toen nog landbouwgrond was, is een nieuw Oradour gebouwd; een keurig dorp van jaren-vijftig huizen, met een witte kerk en een gemeentehuis aan een pleintje. Het heeft alles wat een Frans dorp moet hebben, alles behalve een oud hart. De rampspoed van 65 jaar geleden heeft Oradour ook wat goeds gebracht. Vanuit zijn burgemeesterskamer wijst Raymond Frugier op de hotels, de afhaalpizzeria en de cadeauwinkel in de nieuwe hoofdstraat. ‘Zonder de ruïnes zou dit allemaal niet floreren. Oradour groeit, terwijl het Franse platteland ontvolkt.’ De bouwvallen, al in 1945 tot nationaal monument verklaard, trekken jaarlijks 300 duizend bezoekers.

Argwaan

Burgemeester Frugier was in 1944 een jochie van 4. Zijn geluk was dat zijn vader soldaat was geweest. Toen de Duitsers de dorpelingen opriepen zich te verzamelen, vatte die argwaan. Twee weken lang verborg hij zich met zijn gezin in een hutje onder een kastanjeboom in het veld. ‘Iedereen hier was goed van vertrouwen’, zegt Frugier. ‘Oradour was ver van de wereld, Duitse soldaten kwamen hier zelden. Er is wel gezegd dat het represailles waren omdat hier op de Duitsers zou zijn geschoten. Dat is onzin. In Oradour was geen verzet. Niemand kan met zekerheid zeggen waarom dit gedaan is. De Duitsers waren een paar dagen eerder uit Normandië verdreven. Vermoedelijk wilden ze terreur zaaien om hun terugtrekking te versoepelen en verzet in de kiem te smoren. Waar, dat maakte niet uit.’ Oradour beet zich lang vast in rouw en woede. Bij de ingang van het vernielde dorp hingen als aanklacht foto’s van de soldaten uit de Elzas die met de Duitsers hadden meegemoord, maar na de oorlog om de lieve vrede te bewaren amnestie kregen. Daar hingen ook de foto’s van parlementariërs die voor die amnestie stemden.

Verzoening

De burgemeester reist veel, naar Tsjechië, naar Wit-Rusland?, naar Putten op de Veluwe – al die plaatsen die hebben meegemaakt wat in Oradour gebeurde. Straks, bij de herdenking, komen ook de burgemeesters van Straatsburg en Schiltigheim, vertegenwoordigers van de Elzas. ‘Nog steeds zijn de anti-Elzas gevoelens hier groter dan de afkeer van de Duitsers’, zegt Frugier. ‘Ik strijd voor verzoening. We moeten verder, zonder te vergeten.’ Een zekere verbetenheid hangt nog op de permanente expositie, ingericht bij de entree van het dorp. De tinten zijn zwart, grijs en rood, teksten met koppen in het lettertype van horrorfilms vertellen het gruweldrama, dat met grimmige foto’s tot leven wordt gebracht. Met verse woede stap je naar buiten. ‘Ik zou de expositie graag anders inrichten’, zegt Richard Jezierski, directeur van het herdenkingscentrum. ‘Meer met beeld willen werken, meer verwijzen naar wat er vandaag in de wereld gebeurt, meer ruimte geven aan verzoening met Duitsland. Maar de economische omstandigheden staan dat niet toe.’

Filmdecor

Een wandeling door het oude Oradour is een vreemde gewaarwording. Zeker als de lucht strakblauw is, de bomen diepgroen zijn en de vogels tsjilpen, waan je je in een filmdecor of een Franse versie van Pompeii. Slierten telefoonlijn bungelen pittoresk in de lucht, de tramrails slingeren door de verlaten hoofdstraat alsof elk moment een toeristentreintje kan langskomen; in de kerk liggen resten van een stalen kinderwagen. De bouwvallen worden zorgvuldig geconserveerd. Op het Marktplein waar ooit de mannen, vrouwen en kinderen werden gescheiden, staat nog steeds de verroeste Peugeot 202 van dokter Desourteaux. De portieren half vergaan, de assen doorgezakt – toch is er meer van over dan je van een 65 jaar geleden verbrande auto zou verwachten. ‘Die auto heb ik als jongen nog gewassen’, zegt Hébras, die zijn hele werkzame leven garagehouder was, eerst in Oradour en later in Saint-Junien?, even verderop. ‘Hij is tweemaal geïmpregneerd tegen doorroesten. Anders zou er nu weinig van resteren.’

Herinneringen

Lang heeft hij met zijn herinneringen rondgelopen. Maar toen mevrouw Rouffanche stierf, de enige vrouw die de massaslachting in de kerk overleefde, wist hij wat hem te doen stond. ‘Ze had niets nagelaten. Met haar is een getuigenis gestorven. Wat ik nog wist, wilde ik opschrijven.’ Het werd een boek: Notre village assassiné – ons vermoorde dorp. Na zijn ontsnapping rende Hébras naar zijn zus Odette, die getrouwd was en 12 kilometer verder op in Pouyol woonde. Daar hoopte hij zijn moeder en andere zusjes terug te vinden. Die hoop was vergeefs. Wel vond hij er zijn vader terug, die bij de tramwegmaatschappij aan het werk was en zo aan de aanslag was ontsnapt. Haat of wraakgevoelens heeft hij al lang niet meer. ‘Volgende generaties zijn niet verantwoordelijk voor wat hier is gebeurd’, zegt hij. ‘Soms ga in m’n eentje naar het dorp, om na te denken en m’n jeugd te herbeleven. Barbarij is van alle tijden, de mensheid heeft niets geleerd. Over het meeste kan ik goed praten. Alleen het weerzien met m’n vader die vertelde wat hij in het smeulende dorp zag, dat is ook nu nog te pijnlijk.’

Bron: volkskrant.nl

Laatste berichten