Invasie van Noorwegen 8 april 1940

0
607
Operatie Weserubung
Operatie Weserubung

Operatie

De aanval op Noorwegen was een amfibische en luchtlandingsoperatie. De aanval begon op 8 april 1940. Gelijktijdig met de aanval op Noorwegen werd Denemarken onder de voet gelopen. De code naam voor deze operatie was Weserübung. Deze operatie werd uitgevoerd met 6 regimenten, een bataljon parachutisten, 1000 vliegtuigen en 30 onderzeeërs. Hitler besloot tot een aanval op Noorwegen. Daarvoor hadden Frankrijk en Engeland de Duitsers gewaarschuwd de territoriale wateren niet meer te bevaren. In deze wateren zouden zij mijnen leggen en de Duitse scheepvaart aanvallen. Noorwegen heeft hier tegen geprotesteerd, zonder dat dit indruk maakte op de geallieerden

Plannen voor een invasie om zodoende Finland te gemoed te komen. waren ook reeds door de geallieerde gemaakt. De bedoeling was Narvik te bezetten en vandaar uit de Finnen te steunen met manschappen en oorlogsmateriaal. Door de wapenstilstand tussen Finland en de USSR is van deze plannen niets terecht gekomen.

Noorwegen was voor de Duitsers belangrijk omdat zij hierdoor maritieme steunpunten kregen voor een oorlog ter zee. Daarnaast was Noorwegen belangrijk i.v.m. de grondstoffen die het bezat. (ijzererts). Noorwegen protesteerde uiteraard, maar de voorbereidingen voor de Duitse inval waren al lang getroffen, alhoewel het een riskante operatie was.

Daarnaast was nog een Noorse verrader actief, die de Duitsers nuttige informatie gaf voor een de aanval op Noorwegen. De naam van deze verrader was Vidkun Quisling, een Noorse oud militair en voormalig minister.

De geallieerde vloot was sterker dan de Duitse en zou Duitse operaties aan de Noorse kust makkelijk kunnen verhinderen. De geallieerden hadden de beschikken over meer slagschepen en daarnaast hadden zij de beschikking over vliegdekschepen. De Duitsers hadden gelukkig geen vliegdekschepen. De Duitse aanval moest dus als een volslagen verrassing komen, maar ook zo snel worden uitgevoerd dat de Engelsen geen gelegenheid zouden krijgen zich meester te maken van delen van Noorwegen. In één snelle greep moest de Duitse Wehrmacht zich van heel Noorwegen meester maken. De Duitsers verzonnen daarom tal van krijgslisten. Dagen van tevoren waren aan boord van kolenschepen met bestemming Narvik troepen en wapentuig naar het noorden gezonden.

Op de dag van de inval zagen de verschrikte Noren uit de ruimen van die onschuldige vrachtschepen in de haven van Narvik plotseling zwaar bewapende troepen te voorschijn stromen. De haven van Kristiansand voeren de Duitse oorlogsschepen binnen onder Franse vlag.De commandant van een eskader Noorse oorlogsschepen in het Oslofjord werd met een vervalst telegram op een dwaalspoor gebracht: uit naam van de Noorse minister van buitenlandse zaken werd hem gelast geen vuur te openen op binnenvarende Duitse oorlogsbodems. Het Duitse plan was om vrijwel tegelijkertijd zes landingen aan de Noorse kust uit te voeren, van het uiterste noorden tot de hoofdstad Oslo.

Er werden op zes plaatsen in Noorwegen landingen uitgevoerd, ten dele door luchtlandingstroepen. Ondanks alle voorzorgen kwam de aanval niet geheel als een verrassing. In de avond van de 7e april had een Engelse onderzeeboot een Duitse vlooteenheid waargenomen, waaronder een zware kruiser, varende in de richting van de zuidwestkust van Noorwegen. Ook het samentrekken van een grote hoeveelheid schepen in de haven van Stettin was opgemerkt.

In de avond van de 8ste april werd bekend dat voor de Noorse kust een troepentransportschip was gezonken. Geredde schipbreukelingen in uniform vertelden dat zij op weg waren naar Noorwegen om ‘de Noren te helpen bij de verdediging van hun land tegen Engeland en Frankrijk’. Op 8 april meldde de torpedobootjager Glowworm per radio, dat zij in de Noordzee de Duitse kruiser Admiral Hipper had gesignaleerd. Terstond werd de radio Glowworm uitgeschakeld door Duits kanonvuur. Later bleek de Glowworm, in een gevecht tegen de Admiral Hipper, de kruiser had geramd en grote schade hieraan had toegebracht. Al deze gegevens bevestigden het vermoeden, dat er een Duitse aanval op til was. Noorwegen kondigde, veel te laat, de volledige mobilisatie af. De Engelse Home Fleet verliet in de avond van de 7de april de basis Scapa Flow, maar het lukte niet contact te krijgen met Duitse zeestrijdkrachten.

Het was deze dag enorm slecht weer. Hoge zee en sneeuwstormen belemmerden het opereren in deze wateren. Het zicht was slecht. Het Britse slagschip Renown zag een bepaald moment de Scharnhorst en de Gneisenau opduiken uit de mist , maar de beide slagkruisers waren snel weer uit het zicht.

De Duitsers leden zware verliezen bij de aanval op Oslo, dat voor het grootste deel, inclusief het vliegveld, terstond door Duitse parachutisten was bezet. De zware kruiser Blucher werd tot zinken gebracht door oud Noorse kustgeschut. Ruim 800 bemanningsleden en 500 man landingstroepen, waaronder grote eenheden van de Gestapo bereikten als schipbreukelingen de wal. Het opleidingsschip Brummer werd ook tot zinken gebracht. Het vestzakslagschip Deutschland en de lichte kruiser Emden werden zwaar beschadigd. Desalniettemin was dit niet voldoende om de Duitse aanval tot staan te brengen. De landingen bij Narvik en Trondheim, Bergen en Stavanger hadden succes en bij Stavanger viel het enige bruikbare vliegveld aan de westelijke kust in Duitse handen. De aanvallen op Oslo en Kristiansand leverden niet direct succes op, maar verliepen voorspoedig. De Duitsers werden ondersteund door de Luftwafe die vrij spel had in het Noorse Luchtruim. Het onbrak de Geallieerde aan luchtsteun.

De Duitse operaties hadden de geallieerden toch nog verrast en zij waren er niet in geslaagd de aanval doelmatig te verhinderen. Wel werd Noorwegen terstond hulp toegezegd, maar over de manier waarop het aangevallen land geholpen moest worden, liepen de meningen uiteen. Drie pogingen werden ondernomen om de benarde Noorse legers te hulp te komen. Op 15 april landde een Brits expeditieleger bij Narvik, op 16 april bij Namsos, 160 km ten noorden van Trondheim, en op 17 april bij Andalsnes, 250 km ten zuiden van die stad. Deze operaties verliepen niet fortuinlijk. Tegen de zorgvuldig voorbereide en goed opgeleide Duitse troepen stonden de Britten machteloos. Zij kwamen in het onherbergzame terrein maar moeizaam vooruit en werden voortdurend bestookt door de Duitse Luftwaffe. Hun logistieke ondesteuning was zwak, zodat zij nauwelijks op steun konden rekenen. Voorzover zij niet werden vernietigd keerden zij halverwege het einddoel terug en konden veelal niet redden dan het vege lijf. Op 28 april werd Namsos weer ontruimd en in de nacht 30 april ook Andalsnes.
Bij Narvik hadden de Engelsen iets meer succes. Daar was het slagschip Warspite in geslaagd het Vestfjord binnen te varen, zeven vijandelijke torpedobootjagers vernietigen en troepen aan land te zetten. Narvik was het voornaamste doel van de geallieerden. Op 20 april gaf Churchill ronduit toe: ‘Als het ons niet lukt om Narvik in te nemen, dan betekent dat een grote ramp. De Duitsers zullen dan het ertsgebergte en de omgeving van de stad blijven beheersen.’

In het gebied rond Narvik stonden de meest geharde Duitse troepen. De beste parachutisten waren er heengezonden en al waren zij in de minderheid, hun gevechtskracht was groot. De geallieerde positie werd steeds benauwder en de terugtrekking vermijdelijk. Om die aftocht te bespoedigen en de geallieerde troepen uit te vernietigen besloot het Duitse opperbevel tot nieuwe maatregelen.

Op 4 juni voeren de Slagkruisers, de Scharhorst en Gneisenau samen met de zware kruiser Admiral Hipper ondersteund door vier torpedobootjagers uit Kiel naar het noorden om te beletten dat de geallieerde expeditielegers zouden ontsnappen. Onderweg vernam de Duitse vloot commandant dat zich Britse konvooien op zijn route en besluit van zijn orders af te wijken. Gevolg was dat op 8 juni diverse bevoorradingsschepen van de geallieerden tot zinken werden gebracht. Later werd er op die dag het vliegdekschip Glorious en twee torpedobootjagers tot zinken werden gebracht. Hierbij liep de Slagkruiser de Scharhorst ernstige schade op en moest hierdoor zijn actie stoppen.