DE EVACUATIE VAN DE VESTING NAARDEN IN MEI 1940

0
742
De Vesting Naarden bekeken vanuit de lucht, de stervorm is hierbij duidelijk te zien.
De Vesting Naarden bekeken vanuit de lucht, de stervorm is hierbij duidelijk te zien.

Het is algemeen bekend dat de Nederlandse legerleiding tot de jaren veertig geloofde dat de Hollandse Waterlinie een waterdicht verdedigingsfront was. Deze visie was minder belachelijk dan vaak wordt voorgesteld. Zelfs de geallieerde overmacht moest aan het eind van de oorlog een half jaar werkloos achter de Nederlandse rivieren blijven.

De Waterlinie liep van de IJsselmeerkust bij Naarden tot aan Rotterdam. Het noodlot van de vesting Naarden was dat zij niet achter, maar voor het geïnundeerde gebied lag. Verder vormde de verouderde Vesting juist een zwakke plek in het verdedigingssysteem. Voor de Duitsers zou ze als uitvalsbasis kunnen dienen.

Het evacuatiedraaiboek

In 1939 had de overheid evacuatieplannen gemaakt. Ze waren bedoeld voor de bewoners in en rondom het geïnundeerde gebied. Deze mensen moesten in geval van oorlog in veiligheid worden gebracht in de ‘Vesting Holland’. (het gebied achter de Waterlinie). Er werden dikke draaiboeken gemaakt om deze operatie zo vlot mogelijk te kunnen uitvoeren. Na de oorlog werd de evacuatie geëvalueerd. De overheid gaf toen een lijvig rapport uit met de titel ‘Evacuaties in Nederland 1939-1940’. Over de werkelijke toedracht van de evacuatie van de Vestingbewoners werd in het rapport niet gerept. Wel vermeldde men hoe de evacuatie, volgens het vooroorlogse plan, had moeten verlopen.

Aanvankelijk wilde men de meeste inwoners van de gemeenten Naarden, Bussum en Huizen evacueren. In tegenstelling tot Muiderberg, dat midden in het geïnundeerde gebied lag, zou dit niet direct bij het begin van de oorlog gebeuren. Men dacht 30 treinen nodig te hebben om ongeveer 29.000 Naarders en Bussummers naar Schagen en Heerhugowaard te brengen. Deze plannen werden in een later stadium gewijzigd en in een nieuw draaiboek uitgewerkt. De commandant van de brigade C (groep Naarden – Vesting Holland) drong toen aan op een algemene evacuatie van alle wijken. In de oorspronkelijke plannen dacht men namelijk een dichtbevolkte arbeiderswijk in Bussum niet te evacueren. De wijk zou in ‘veilig gebied’ liggen. Na het bijstellen van de plannen kwam men in de knoei met het aantal opvangplaatsen in de zogenaamde vluchtoorden. Als oplossing koos men ervoor de gemeente Huizen met zijn 6900 inwoners niet te laten vertrekken. Volgens een eerder plan zouden de Huizers per boot over het IJsselmeer via Volendam naar Waterland worden gebracht. Pas op 4 mei kwam de commandant van het ‘Oostfront van de Waterlinie’ er achter dat Naarden niet 8500 maar 9500 inwoners had. Drie dagen later had men dit nieuwe gegeven reeds opgenomen in het vervoer – en evacuatieschema.

Uit Naarden zouden 8900 personen worden afgevoerd. De rest van de inwoners, 600 personen, bleven achter om allerlei diensten draaiende te houden. Via station Naarden-Bussum? zouden 9 treinen naar Bloemendaal (3), Overveen (1), Aardenhout (1), Vogelenzang (1), Hoorn (2) en Blokker (1) vertrekken. In Bloemendaal zouden 6000, in Hoorn 1900 en in Blokker 1000 Naarders worden ondergebracht.

Aan het einde van 1939 was het leger begonnen om weilanden in de omgeving van Naarden onder water te zetten. In de ‘Buitendijken’ tussen Naarden en Muiderberg werd IJsselmeerwater ingelaten. De weilanden kwamen ‘dras’ te staan. In het Merwedekanaal werd het water opgezet tot 0,20 m boven NAP. Zo was de toestand van 10 tot 12 mei 1940. Voor die tijd had men reeds het vee uit Muiderberg afgevoerd naar plekken achter de Waterlinie. Het vee van de Gooise boeren was begin mei, zoals ieder jaar, naar de Meenten gebracht waar – ook tijdens alle oorlogsdagen – de koeien gemolken werden.

Belevenissen van een zevenjarig jongetje

Als zevenjarig jongetje beleefde ik deze meidagen intens. In mijn herinnering is mij het volgende bijgebleven.

Vesting Naarden, tien mei 1940. Het is een dag met prachtig weer. Mijn vriendjes en ik spelen op het erf van onze boerderij. Veel buurjongens zijn komen opdagen met hun zelfgemaakte karren. Onze club heeft nog nooit zoveel karren bij elkaar gehad. Oude kinderwagenonderstellen met twee plankjes erop getimmerd. Bij de luxe exemplaren kun je zelfs de voorwielen sturen met een stuk touw. We spelen na wat om ons heen gebeurt. Naarden is een garnizoensplaatsje waar regelmatig militaire voertuigen rijden. Op ons maakt dit grote indruk. We apen de soldaten na, vormen een transport en rijden achter elkaar. Dan komt ma naar buiten: “Jongens allemaal naar huis!” Het spel is afgelopen.

huis worden de ruiten in de achterkamer beplakt met bruine stroken plakband. Dat is tegen vallende glassplinters bij explosies. Het zijn voorzorgen op advies van de Luchtbeschermingsdienst. Voor ons raam met de kleine sponningen is dat ‘overbodige luxe’. De radio staat voortdurend aan. Steeds hoor je een monotone stem: “Luchtwachtdienst, luchtwachtdienst … parachutisten boven Haarlem .. luchtwachtdienst .”

Het is Pinksteren en de zon schijnt door het raam naar binnen. we liggen op de grond in de achterkamer. Buiten klinkt vliegtuiggeronk. Ik meen zelfs een luchtgevecht gezien te hebben.

Dinsdag 14 mei. Grote paniek, we moeten weg, de boerderij verlaten, vesting Naarden verlaten! Mannen van de Luchtbeschermingsdienst gaan de huizen langs. Ze bevelen iedereen zo snel mogelijk het hoognodige mee te nemen en het huis te verlaten. Wij laden van alles en nog wat op de motorbakfiets van mijn vader. Deze is normaal in gebruik bij het melkventen, maar dient nu als vluchtvoertuig. Bovenop liggen beddengoed en slopen met inhoud. Op dit alles troon ik. Mijn vader zet alle flessen melk, pap en yoghurt buiten op ‘t erf. “Dat is voor de Nederlandse soldaten”, zegt hij. Een probleem vormen de huisdieren. De honden en katten redden zich wel, maar de geiten en konijnen? Onze geit wordt in de hooischuur losgelaten met een teil water om te drinken. Hooi is er genoeg. Er komen nog meer geiten bij. Alle overige dieren worden losgelaten. Veel mensen brengen hun konijnen naar de vestingwallen, er zullen er niet veel van terugkomen. Het vee, koeien en paarden, loopt op de Meent.

Als alles geregeld is, meldt iedereen zich bij het blokhoofd van zijn straat. Wij verlaten onze boerderij en sluiten ons aan bij de stoet vluchtelingen. Via de Sint Annastraat gaat het richting de Westwalstraat. Bij de opgang naar de Kippenbrug ligt een gevulde sloop of dichtgeknoopt laken. Het is een hele baal, ernaast staat huilend ‘juffrouw’ Colijn. We rijden naar ‘de Doorbraak’. Mijn oudere zussen lopen naast onze wagen met hun fietsen aan de hand. een waakt angstvallig over het ‘cententasje’ aan haar stuur. Het is gevuld met ‘wisselgeld’, een kluit van hoofdzakelijk rooie centen. We verlaten de Vesting over de nieuwe Doorbraak. Ik herinner me nog de opening en aanleg. Als ik opkijk naar de wallen, zie ik daarop soldaten liggen met geweren. Voor mij zijn het goede bekenden en het grote voorbeeld. Vaak hing ik rond bij de Promers en maakte een praatje met ze als ze uit de ramen hingen. Verschillenden ervan, vooral het keukenpersoneel, kende ik persoonlijk. Samen met mijn vader reed ik vaak via de hoofdpoort naar de keuken van de Promerskazerne. Mijn vader leverde daar melk en pap. Nog kort tevoren rende ik naar huis om sigaren te halen voor een paar van deze soldaten. Mijn vader gaf ze prompt. Nu liggen deze soldaten op de wallen en kijken de wegtrekkende burgers na. Mijn wereld stort ineen. Ik huil en vraag of we nooit meer terugkomen. De vestingbewoners zijn vluchtelingen geworden.

Ver zijn we niet gekomen, maar voor mij was dat wel het geval. In de ‘buitenwijken’ van Naarden worden de mensen ondergebracht (geconcentreerd rond het ‘afvoerspoorwegstation’ Naarden-Bussum) Ons gezin vindt onderdak bij aardige mensen in de Van der Helstlaan. De dochter des huizes is bij de U.V.V. (Unie van Vrouwelijke Vrijwilligsters) ‘s Avonds slapen we in een heel groot bed in een mooie grote slaapkamer. Achter het huis is een terras en een vijvertje. Mijn oudste broer is in de wolken en wil er wel blijven wonen. Ik vraag me steeds af of we ooit weer teruggaan. Toch is het wel een avontuur. Het is ‘s avonds druk op straat, of beter gezegd ‘in de laan’. Bij het verkennen van de buurt komen we bekenden tegen en samen bezichtigen we de omliggende lanen. Het is voor mij de eerste keer dat ik hier kom. De grote rechthoekige vijvers tussen de villa’s blijven later in mijn gedachten verbonden met deze dagen. Mijn vader gaat in de namiddag en ‘s morgens melken op de Meent, die in het schootsveld van de vesting ligt. Sommige mensen zijn alweer terug in de Vesting, anderen hebben de Vesting niet verlaten.

Het Nederlandse leger heeft gecapituleerd. Ook wij gaan naar huis. Thuis blijkt van de voorraad melkproducten slechts een flesje room te ontbreken. Later op de dag wordt dit betaald door een ‘juffrouw’, die eerder thuisgekomen was dan wij. Een vroege vorm van zelfbediening. Vooral een tijdsbeeld waarin nog geen sprake was van normvervaging. Gewoon respect voor mijn en dijn. De ‘Nieuwe Orde’ die volgde, maakte ook daar een eind aan.

EVACUATIE NAARDEN – door F.J.J. de Gooijer – ‘DE OMROEPER’, OKTOBER 1994, JRG.7, NR. 4

__

De evacuatie van Naarden werd ook vastgelegd door de Naarder J. Hulscher uit de Cattenhagestraat en de Bussumsche Courant maakte er een verslag van.

DAGBOEK VAN J. HULSCHER

Dinsdag 14 mei 1940

Heden 3 uur n.m. werd huis aan huis een biljet bezorgd voor evacuatie. Ieder moet met mondvoorraad voorzien zich begeven naar de Westwal. Velen zie ik hier al voorbij gaan gepakt met dekens en diversen, tot nu toe weinig zenuwachtigheid bemerkt. Enigen nemen hun honden mede. Mijn overburen, de een is kruidenier, de andere bakker, kwamen nog eens terug, de een om een kinderledikantje met bed, de ander om nog wat meel en keukengerei en de radio mede te nemen. Soldaten met het geweer in de hand kwamen eens een kijkje nemen: bij de kruidenier liepen zij een flink stuk worst op en bij de bakker een flinke doos met gebak. Toen werd het weer stil. Voor mijzelf achtte ik het beter mij niet op straat te vertonen. Echter doet alles vreemd aan.. Af en toe een auto, motorrijwiel of fiets, doch het was en bleef stil. In de tuin zongen de merels, in de verte liet een koekoek zich horen, de bijen zoemden. ’t Is vredig zomerweer, men kan niet geloven dat er oorlog is. En toch is er de harde werkelijkheid, want in de verte hoor ik zwaar geschut. In het zuidwesten leek wel brand te zijn. Later bleek dat de olie

Reservoirs van de Bataafse Petroleummaatschappij te Amsterdam in brand stonden.

Alle bezitters van boten en vaartuigen kregen bericht dat zij deze moesten laten zinken. Voor velen was dit een moeite van jewelste: het laten zinken ging nog wel, doch om nu zo’n schuit naar boven te krijgen viel nog niet mede.

Om 7.15 uur n.m. kwam de proclamatie door de radio behelzende de mededeling dat Rotterdam was beschoten en dat Utrecht in brand zou worden geschoten. En de Opperbevelhebber had, om erger te voorkomen, de troepen gelast alle tegenweer te staken. Aan het leger werd ter kennis gebracht dat de orde door hen moest worden gehandhaafd, totdat de geregelde Duitse troepen de leiding in handen hebben genomen.

Woensdag 15 mei 1940

Alle geevacueerde personen zijn weer terug in Naarden. Ver zijn zij niet weggeweest. Allen kregen in de buitenwijken onderdak en zijn goed verzorgd. Natuurlijk hoorde men nog wel eens grappige staaltjes vertellen. Mijn vrouw en ik zijn thuis gebleven. Brouwer de bakker (Kloosterstraat) is ook thuisgebleven, misschien nog wel anderen ook. Ik vernam nag dat bij De Graaf, Marktstraat, was ingebroken, sigaren en sigaretten waren de buit. Bij A. de Bruijn, bakker in de Jan Massenstraat moet chocolade ontvreemd zijn.

Alle werken staan stil. Later vernam ik nog dat bij slager Doorenspleet een partij worst en een nieuw slagersmes was gestolen. Het mes heeft hij in de kazerne gevonden, doch de hartigheid was nergens te vinden. Men beweert dat de te Naarden liggende soldaten in drie dagen geen worm eten hebben gehad.

Heden middag ongeveer half zes kwamen veel vrachtauto’s en kanonnen benevens een aantal (Nederlandse) soldaten Naarden binnen. Direct gingen velen naar de kazerne om te zien of de hunnen er ook bij waren. Men zegt dat van deze soldaten er vier zijn gedood in de oorlog. Bevestiging heb ik echter niet kunnen krijgen.

Hedenochtend zijn er verschillende auto’s met zieken en gewonden door Naarden gekomen.

Donderdag 16 mei 1940

Van enkele personen hoorde ik dat zij minder netjes ontvangen zijn. Onder andere van iemand welke door de bewoner naar een kamertje werd gebracht ’t welk door deze gastvrije persoon van buiten werd afgesloten. Andere personen kwamen op de Oud Blaricummerweg op nr. 30. De bewoner wilde ze niet binnenlaten. Later konden ze op een bovenkamer, welke niet gemeubileerd was, hun bivak opslaan, maar ze kregen niets te eten of te drinken, ofschoon er genoeg in huis was.

Op heden zijn weer verschillende militairen, waaronder de motorbrigade, aangekomen. ’s Avonds kon men ze zien wandelen met hun meisjes, vrouwen, zusters, broers of ouders.

Tegen 10 uur, als het licht opgaat, moet men eerst voor verduisteringsmateriaal zorgen. Er is bericht afgekomen dat men weer later op straat mag vertoeven. Ook de cafe’s weer open mogen blijven en alcoholische dranken mogen weer verstrekt worden aan burgers.

Zeer veel werkelozen lieten zich inschrijven bij de arbeidsbeurs. De bussen van de Gooise Stoomtram zijn steeds vol met reizigers.

Enige Duitse soldaten kwamen op het Promersplein om de daar geparkeerde (Nederlandse) militaire auto’s te inspecteren. Twee wagens hebben ze meegenomen, de overigens gebruikten teveel benzine.

Bron:

DAGBOEK VAN EEN NAARDER 1940-1945. Uitgave: Stadsarchief Naarden, 1995

———-

EVACUATIEVERSLAG BUSSUMSCHE COURANT

Donderdag, 16 Mei 1940

EVACUATIE – LIEF EN LEED

NAARDEN

In de vesting ziet alles er weer als normaal uit, de burgerij is weergekeerd, en het leven gaat zijn gewonen gang. Gisteravond is een gedeelte van de Motorartillerie, dat bij het afkondigen van de mobilisatie vertrokken was, in de Weeshuiskazerne weergekeerd.

Het was Dinsdagmiddag een hele consternatie, toe de Vestingbewoners plotseling geëvacueerd moesten worden, en met pak en zak vertrekken om in de buitenwijken

Van Naarden onderkomen te zoeken. Tusschen vier en zes uur trok een tragische stoet over de Beatrixbrug, sjouwende menschen, kinderen, bepakte fietsen, enkele wagens en auto’s, maar in de buitenwijken stonden de huizen gastvrij open en iedereen vond een plaats. Verlaten van burgers, doch geheel bezet met Nederlandsche militairen, bleef het oude Naarden achter, men vreesde voor het lot van de Vesting. Doch slechts enkele uren na het evacuatiebevel kwam het bericht, dat Nederland de wapens had neergelegd, en een zucht van verlichting ontsnapte vele Vestingbewoners, die nu alle hoop mochten koesteren, have en goed weer ongeschonden terug te zien.

En inderdaad is dit het geval geweest. Wel gingen dien zelfden avond nog wilde geruchten omtrent het afbranden van huizen (in het schootsveld), doch bij informatie bleek, dat de militairen slechts enkele schuurtjes aan de buitenkant der vesting vernield hadden, om beter uitzicht te hebben.

Woensdagmorgen (15 Mei) keerde de geheele bevolking dankbaar naar huis terug en vonden, na korte afwezigheid, alles keurig terug. De winkels werden weer geopend, het leven hernam zijn gewonen gang. Weldra stonden de ramen weer open en speelden de kinderen langs de straat. Men “buurtte’ nog een beetje, vertelde elkaar zijn wedervaren, maar daarmee was alles voorbij.

Donderdag , 23 Mei 1940

IS NAARDEN NU VESTING OF IS ZIJ HET NIET?

Het gebeurde op den laatsten oorlogsdag stemt tot nadenken ….

Wie echter mocht denken dat de Vesting als verdedigingswerk volkomen heeft afgedaan, is de laatsten tijd wel tot andere gedachten gebracht. Onder de dwang der omstandigheden is men er toe overgegaan overal mitaillieernesten op de wallen aan te brengen en helaas heeft al die graverij geen goed gedaan aan het architectonisch schoon der wallen. Maar bepaald een ontgocheling was ‘t, toen op dien gedenkwaardigen Dinsdag 14 Mei j.l. plotseling de stad ontruimd moest worden. De geheele bevolking werd naar de buitenwijken geëvacueerd, het gemeentebestuur sloot het raadhuis en zocht eveneens zijn heil elders in de gemeente en toen de burgers de Vesting verlaten hadden, liet de commandant de bruggen ophalen. De Vesting was gereed om den naderdende vijand te ontvangen …..

Gelukkig voor de buitenwijken kwam het zoover niet. Enkele uren later legde het Nederlandsche leger de wapens neer, de vestingbruggen werden omlaag gelaten en de bewoners van het stadje konden hun huizen weer betrekken. Maar wat zou er gebeurd zijn als de strijd had voortgeduurd en de commandant had aan zijn voornemen, om de vesting met hand en tand te verdedigen, gevolg gegeven?

Bron:

Bussumsche Courant , Archief Naarden.

Foto: CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=851098