Baron Carl Gustaf Emil Mannerheim veldmaarschalk (1867 – 1951)

0
392

Baron Carl Gustaf Emil Mannerheim (Askainen, 4 juni 1867 – Lausanne (Zwitserland), 28 januari 1951) was Finlands beroemde chef-staf en later president van Finland (1944–1946). Eerder, van 1918 tot 1919, was hij regent van Finland. Tijdens de Finse Burgeroorlog (1918-1919) was hij legeraanvoerder van het Witte Leger dat tegen het Rode Leger van de bolsjewisten? (communisten) vocht.

Mannerheim is geboren in kasteel Louhisaari te Askainen in een Fins-Zweedse familie met Duitse wortels die in 1768 in de adelstand was verheven. Hij was familie van Adolf Erik Nordenskiöld. Hij was het derde kind in een familie waar de jongste zonen de titel van Baron erfden. Naast zijn moedertaal Zweeds sprak Mannerheim ook Fins, Russisch, Frans, Duits en Engels.

Mannerheims overgrootvader, Graaf Carl Erik Mannerheim, bekleedde meerdere ambtelijke posities tijdens Finlands vroege jaren van het semi-autonome Russische Groot-Hertogdom Finland, tevens als lid van de Senaat. Mannerheims vader, Telling Carl Robert, was dichter, schrijver en zakenman. Zijn ondernemingen waren niet succesvol en hij ging uiteindelijk failliet. Hij emigreerde later naar Parijs en leefde daar als kunstenaar. Op 5 december 2004 werd Mannerheim verkozen tot grootste Fin aller tijden in het programma Suuret Suomalaiset.

In 1882 ging Mannerheim naar de militaire academie in Hamina. In 1886 werd hij van de academie weggestuurd omdat hij onvoldoende gedisciplineerd was. Hij bezocht daarop het Privé Lyceum van Helsinki. In 1887 ging hij naar de vermaarde Cavalerie School Nicolaas I. In 1889 verliet hij de academie met de rang van kornet. Hij werd direct ingelijfd bij het 15de Alexandria Dragonders Regiment. In 1891 werd hij overgeplaatst naar de cavalerie. Hij bleef bij de cavalerie tot 1904. Hij werkte het grootste deel van zijn tijd bij de Keizerlijke Stallen. Mannerheim groeide uit tot een groot paardenkenner- en liefhebber. In 1903 werd hij chef van een ruiterijtrainingsschool voor cavaleristen.

Tijdens de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905) vocht Mannerheim, met de rang van luitenant-kolonel, bij Moekden. Hij betoonde zich een uiterst moedig militair en hij werd dan ook gepromoveerd tot kolonel. Na de oorlog verbleef hij een tijd in Finland en in Zweden. Daarnaast nam hij ook zitting in de Kamer van Adel. De Kamer van Adel verdween echter in 1906, na de invoering van een grondwettelijke hervorming in het Groot-Hertogdom Finland.

n juli 1906 ging Mannerheim samen met een groep wetenschappers – waaronder de Fransman Paul Pelliot – en militairen naar China. Het team bezocht de streek tussen Tasjkent en Kashgar. In 1908 leidde hij een nieuwe expeditie naar China, nu ging het echter om een militaire expeditie, omdat het gebied dat het team bezocht van strategisch belang was voor de Russen. Het lag volgens de Russische regering ook binnen de Russische invloedssfeer. In 1910 werd hij bevorderd tot generaal-majoor.

Toen in augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd Mannerheim naar het front in Galicië gezonden. Hier leidde hij een Russisch cavalerieregiment dat tegen de Oostenrijk-Hongaarse troepen vocht. In december 1914 werd hij vanwege zijn goede prestaties als legercommandant onderscheiden met het St. Joriskruis, één van de hoogste Russische onderscheidingen. Nadien vocht hij aan het Russisch-Roemeense front. Na de Februarirevolutie (1917) werd Mannerheim gepromoveerd tot luitenant-generaal. In september 1917 viel Mannerheim van zijn paard en werd hij met ziekteverlof naar Odessa gestuurd om te revalideren. Na zijn herstel keerde hij naar Finland terug.

Finland werd in november 1917 een onafhankelijke staat. In januari 1918 benoemde het parlement hem tot opperbevelhebber van het Finse leger. Het Finse leger bestond toen slechts uit wat kleine regimenten en Witte Gardisten die in een strijd waren verwikkeld met de communistische Rode Legers van de Finse Socialistische Radenrepubliek. Tijdens de Finse Burgeroorlog verwierf Mannerheim de rang van generaal. Vanuit zijn hoofdkwartier in Seinäjoki gaf hij bevel de nog in Finland verblijvende Russische militairen te ontwapenen en gaf hij opdracht tot de vorming van een Fins leger. Tijdens de laatste weken van de burgeroorlog bevond Mannerheim zich in het buitenland. Juist in deze weken was er sprake van een ware Witte terreur. De Finse nationalisten sloten de bolsjewieken (“De Roden”) op in concentratiekampen, waar ziekten en hongersnoden uitbraken. Veel bolsjewieken werden na een ‘proces’ geëxecuteerd. Mannerheim was een tegenstander van de represailles van de Witten.

Tijdens zijn afwezigheid voerde Mannerheim besprekingen in Londen en Parijs. Deze besprekingen resulteerden in de erkenning van de Finse staat door een aantal mogendheden.

In september 1918 werd Mannerheim aangewezen als regent (Staatsprotector). Intussen ging een Finse delegatie naar Duitsland om een koning te vinden voor Finland. De keuze voor een Duitse prins lag voor de hand, omdat de Duitsers de Finse nationalisten hadden geholpen in hun strijd tegen het Rode Leger. De keuze viel op prins Frederik Karel van Hessen, een familielid van Wilhelm II van Duitsland. De val van het Duitse Keizerrijk en de victorie van de Entente-mogendheden in november 1918 leidde ertoe dat prins Frederik Karel (Väinö I) de troon niet besteeg. In 1919 werd Finland een republiek. Mannerheim was presidentskandidaat en nam het op tegen Kaarlo Juho Ståhlberg. Ståhlberg won de verkiezing en Mannerheim trok zich terug uit de politiek.

Tussen de wereldoorlogen in hield Mannerheim zich bezig met humanitair werk. Hij werkte voor het Rode Kruis van Finland en hij richtte de Mannerheim Kinderstichting op. Een voorstel van extreemrechts om hem na een coup te installeren als dictator wees hij van de hand. Er dient wel te worden opgemerkt dat Mannerheim in de jaren ’30 een zekere sympathie aan de dag legde voor de extreemrechtse Lapua beweging. Na de verkiezing van Pehr Svinhufvud als president in 1931, werd Mannerheim benoemd tot voorzitter van de Nationale Defensie Raad. In 1933 ontving hij de rang van veldmaarschalk.

In november 1939 viel de Sovjet-Unie Finland aan. Mannerheim werd direct benoemd tot opperbevelhebber van het leger. Tijdens de Winteroorlog en de Vervolgoorlog vestigde Mannerheim zich in zijn hoofdkwartier in Mikkeli. De Finnen verzetten zich dapper tegen de Russen, maar in het voorjaar van 1940 capituleerden de Finnen en werd er een vredesverdrag (Vrede van Moskou) getekend. Finland verloor een aantal belangrijke gebieden en meer dan 200.000 Finnen moesten hun huizen ontvluchten. Er leefde na het verdrag dan ook een revanche-gedachte onder een aantal leidende Finse politici.

In 1941 vielen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen. De Finse regering verklaarde hierop de oorlog aan de Sovjet-Unie. In deze Vervolgoorlog probeerde Finland de verloren gebieden terug te winnen. Mannerheim weigerde het Finse leger te laten vechten bij Leningrad, omdat dit niets te maken had met de Finse oorlogsdoelen.
Met Hitler in 1942

Op 4 juni 1942, tijdens Mannerheims verjaardag, ontving hij de titel Maarschalk van Finland. Hij is de enige Fin in de geschiedenis met deze rang. Op zijn verjaardag werd hij ook bezocht door Adolf Hitler. Het bezoek was onaangekondigd en erg blij met het bezoek was Mannerheim niet. De Finse geheime dienst maakte een bewaard gebleven geluidsopname met een verborgen microfoon, een uniek document waarop Hitler met een charmante stem en een Weens accent over zijn strategie spreekt. Mannerheim werd door zijn eigen land onderscheiden met de Vrijheidskruis met diamanten en het naar hem genoemde “Mannerheimkruis”. Mannerheim werd tot Grootmeester voor het leven van de militair Orde van het Vrijheidskruis benoemd.

In 1943 begon het tij te keren. De Sovjets sloegen terug en het Rode Leger plande een groot offensief om de Finnen te verslaan. President Risto Heikki Ryti en Mannerheim zochten naar vrede. Op 4 augustus 1944 trad president Ryti af en Mannerheim volgde hem op. Een maand later sloten Finland en de Sovjet-Unie? een wapenstilstand. De oorlog was daarmee nog niet voorbij, omdat de nog in Finland verblijvende Duitse militairen nog moesten worden verjaagd. De strijd die de Finnen tegen de Duitsers streden heet de Lapland oorlog, omdat de oorlogshandelingen zich voornamelijk in Lapland (Noord-Finland) afspeelden.

Op 4 maart 1946 trad Mannerheim als president af. Hij werd opgevolgd door premier Juho Kusti Paasikivi.

In 1947 vertrok Mannerheim om gezondheidsredenen uit Finland. Hij vestigde zich in Montreux, waar hij zijn memoires schreef. Hij overleed op 28 januari 1951 in Lausanne. Mannerheim kreeg een staatsbegrafenis (4 februari 1951). Hij werd te ruste gelegd op de begraafplaats Hietaniemi (Helsinki).