Baldur Benedikt von Schirach (1907 – 1974)

0
679

Baldur Benedikt von Schirach (Berlijn, 9 mei 1907 – Kröv (Rijnland-Palts), 8 augustus 1974) was de Duitse leider van de Hitlerjugend (HJ).

Hij was van Duits-Amerikaanse komaf (zijn moeder was Amerikaanse). Zijn vader was ritmeester en theaterdirecteur. In 1924 sloot Von Schirach zich aan bij een nationalistische jeugdbeweging en in 1925 bij de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij). In 1927 ging hij germanistiek studeren aan de universiteit van München.

Von Schirach werd in 1928 voorzitter van deNationaal-Socialistische Duitse Studentenbond (NSDStB) en in 1931 werd hij benoemd tot Reichsjugendführer. In 1932 trouwde hij met Henriette Hoffmann, de dochter van de hoffotograaf van Adolf Hitler. Als Reichsjugendfuhrer was hij verantwoordelijk voor de indoctrinatie van de Duitse jeugd met extreem-nationalistische en antisemitische ideeën, alsmede met de persoonsverheerlijking van Adolf Hitler. Von Schirach werd in 1936 tevens rijksminister van jeugdzaken.

In 1940 legde hij zijn functies als minister en jeugdleider neer om rijksstadhouder en gouwleider van Wenen te worden. Arthur Axmann volgde hem bij de Hitlerjugend op. Als gouwleider van Wenen was von Schirach verantwoordelijk voor de deportatie van 185.000 Joden. Zijn vrouw Henriette bekritiseerde in 1943 Hitler openlijk tijdens een privégesprek in Hitler’s zomerhuis het Berghof (Berchtesgaden) omtrent de anti-Joodse pogroms die zij in Amsterdam had gezien. Mede om die reden daalde het aanzien van de Von Schirachs bij Hitler aanzienlijk. Hoewel hij het stadhouderschap van Wenen behield, was hij uit de gratie bij de Führer.

Na de oorlog dacht men aanvankelijk dat Von Schirach in 1945 om het leven was gekomen tijdens de gevechten in Wenen, maar hij hield zich schuil. Hij vond zelfs een baantje als vertaler in het Amerikaanse leger. Uiteindelijk gaf hij zichzelf aan omdat hij zich wilde verantwoorden voor de rechtbank in het Proces van Neurenberg. Op 20 november 1945 werd hij officieel aangeklaagd. Hij bekende gedeeltelijk schuld, met name vanwege zijn aandeel bij de indoctrinatie van de jeugd. Vanwege zijn rol in de Jodenvervolging in Wenen, maar ook vanwege zijn rol in de Hitlerjugend werd Baldur von Schirach op 1 oktober 1946 tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn gevangenstraf heeft hij in de Berlijnse Spandaugevangenis uitgezeten. Tijdens zijn gevangenschap scheidde hij in 1950 van zijn vrouw Henriëtte Hoffman, met wie hij 4 kinderen (3 jongens en 1 meisje) had. Op 1 oktober 1966 werd hij samen met Albert Speer vrijgelaten. In zijn in 1967 verschenen memoires ‘Ich Glaubte an Hitler’ ontkent hij, zoals vele nazi-kopstukken deden, alle wetenschap van de moord en martelpraktijken in de concentratie- en vernietigingskampen.