|
ONTSNAPT
AAN DE 'GRüNE POLIZEI'
In
het 'Dagboek van een Naarder 1940-1945' staat op zondag 15 april 1945 het
volgende vermeld (1): "Toen
ik om kwart voor twaalf even de straat op ging langs de Nieuwe Haven, zag
ik in de steeg naast Van den Hoek twee Duitse soldaten met een revolver in
de hand. Zij spraken met de
vrouw van W. Goedhart, welke
stond te huilen. Om half één hoorde ik zeven schoten aan de havenzijde.
Later hoorde ik dat er iemand in huis was of kwam
en er toen spoedig vandoor ging
achtervolgd door Duitsers. Hij
is waarschijnlijk niet geraakt, anders was er wel een standje geweest. Deze persoon was Jaap Klinkenberg. De Duitsers hebben direct
huiszoeking bij hem gedaan, doch hebben niets gevonden.
Klinkenberg is natuurlijk ondergedoken.
De zoon van Groenhart (Gerrit)
en Jilles van der
Heijden, welke beiden thuis waren, zijn
gearresteerd en naar Hilversum gebracht. W. Groenhart (de vader) was niet
thuis en is ook niet thuisgekomen".
Wat
was er precies gebeurd en wat
was de oorzaak van de
schietpartij ? Dankzij
informatie enkele daarbij betrokken personen is een reconstructie te maken
van deze gebeurtenis. De gearresteerde personen hadden geluk dat de
oorlog ten einde liep, zodat zij het later konden navertellen. In
de voormalige Sluisstraat te Naarden woonde Willem Groenhart de kleermaker.
Tijdens de oorlog werd hij commandant van een verzetsgroep in Naarden.
Tot deze groep behoorden zijn zoons Gerrit en Willem, Tinus
Nachtegaal, Jilles van der
Heijden, Loek Koudijs en Jaap Klinkenberg (1902-1978).
Deze illegalen trainden voor het plegen van sabotage - en
verzetsdaden. Ze waren
bewapend met stenguns. Het oefenen met dat wapen gebeurde in een loods van
de firma Kuhn. In deze loods lagen zakken beetwortelzaad opgeslagen, die
werden gebruikt om het geluid te dempen. Ook
hielp Willem Groenhart 'Rijksduitsers', die in Naarden gelegerd waren, bij
het deserteren. Er lag namelijk in de Vesting een eenheid van de Wehrmacht,
bestaande uit Duitsers die reeds voor de oorlog in Nederland waren
ingeburgerd. Sommigen hadden
zelfs hun gezin ondergebracht in ons garnizoensstadje. Al gauw was het
bij deze 'Rijksduitsers' bekend dat het mogelijk was via Willem Groenhart
onder te duiken. Verschillenden kwamen naar de kleermakerij en
verwisselden hun uniform voor een burgerkostuum. Het uniform werd direct verbrand. Het is logisch dat
fanatieke Nazi’s dit ook te horen kregen. Om die reden werd op 15 april
1945 een inval gedaan in het huis van de familie Groenhart. Drie man van
de beruchte Grüne Polizei doorzochten het hele huis. Terwijl ze daarmee
bezig waren kwam een lid van de verzetsgroep achterom bij Groenhart
binnen. Één van de Duitsers vroeg wat hij kwam doen. De illegaal had de
tegenwoordigheid van geest om direct een smoes te verzinnen.
Hij zou af en toe een 'sjekkie' mogen draaien bij Groenhart. De Duitser was argwanend en zei
dat hij zijn gang mocht gaan. Toevallig wist de man waar de bus met tabak
stond en hij draaide een sjekkie. De soldaat was overtuigd en hij kon
gewoon het huis verlaten. Met Jaap Klinkenberg, die even later
binnenstapte om munitie te halen, liep het minder goed af.
Hij werd gearresteerd en toen hij vroeg om naar de W.C. te gaan,
moest de deur openblijven en bleef er een soldaat bij. Klinkenberg heeft
toen de W.C.-deur hard tegen de soldaat geslagen. Vervolgens is hij door
de keukendeur ontsnapt. Buiten
gooide hij een paar fietsen tegen de deur aan. Door de steeg achter het
huis rende hij de Nieuwe Haven op in de richting van de Pastoorstraat. Op
het moment van de ontsnapping werd Gerrit Groenhart op de bovenverdieping
door een soldaat verhoord. Door het kabaal beneden rende de soldaat naar
een raam dat uitzicht bood op de steeg. Hij zag Klinkenberg vluchten en
schoot met zijn pistool op hem. Gelukkig ketste het wapen. Uit de
keukendeur kwam toen een andere soldaat de Nieuwe Haven oprennen. Hij riep
de Duitse wacht op de Sluis (2) toe om ook te schieten. Klinkenberg rende
op dat moment om de hoek de Pastoorstraat in. Dat was op het nippertje,
een kogel doorboorde zijn jas. Klinkenberg dook tot de bevrijding onder in
de Grote Kerk. Mogelijk had de Grüne Polizei het persoonsbewijs van Klinkenberg afgenomen of iemand gaf zijn adres door. Onmiddellijk na de ontsnapping volgde een huiszoeking in zijn woonhuis St. Annastraat 40. Mevrouw Klinkenberg moest toezien hoe een deel van de inboedel vernield werd. Ook de daarachter liggende boerderij van Herman de Gooijer werd doorzocht. Gelukkig vroegen de soldaten niemand zich te legitimeren. Toevallig was namelijk de zeventien-jarige zoon van Klinkenberg aanwezig in de woonkamer van de boerderij. Een zoon als gijzelaar nemen was bij de Gestapo gebruikelijk om een vader te dwingen zich aan te geven. Persoonlijk heb ik gezien hoe een soldaat met getrokken pistool over het erf van onze boerderij liep. De man was buiten zich zelf van woede. Zijn hand, met daarin het pistool, trilde van zijn drift. Gerrit
Groenhart en Jilles van der Heijden werden gearresteerd. Maandag 7 mei
kwamen ze gelukkig terug in Naarden. Door de vredesonderhandelingen van
eind april waren zij gespaard gebleven. Op 5 mei dook ook Klinkenberg weer
op. Hij was voorzien van een armband van
de Binnenlandse Strijdkrachten. Ook zijn gezin keerde terug in de
St. Annastraat. De jongste kinderen was verteld dat hun vader was
overleden. Kort na de bevrijding zei één van hen: "Eerst was
mijn vader dood en nu loopt hij weer met kranten". Als Klinkenberg
later over zijn ontsnapping vertelde, liet hij zijn jas met kogelgat zien.
De jas werd jarenlang zuinig door de familie bewaard. F.J.J.
de Gooijer Naarden
Noot: 1.
Het 'Dagboek van een Naarder
1940-1945' wordt toegeschreven aan Jan
Hulscher (1877-1950) en is in een bewerking van drs. Mies Langelaar
in mei 1995 door het
Stadsarchief van Naarden uitgegeven. 2.
Thans is achter de Sluisbrug gevestigd
“Het Arsenaal” van
Jan des
Bouvrie. DE
OMROEPER (Hist. Tijdschrift voor Naarden)
Auteur F.J.J. de Gooijer.
April
1998, jrg. 11,
nr. 2
|