DE EVACUATIE VAN DE VESTING NAARDEN IN MEI 1940
door F.J.J. de Gooijer
Inleiding
Vesting Naarden
vormde ooit de meest oostelijke
punt van de Hollandsche Waterlinie. Samen met Fort Ronduit, dat aan de
Zuiderzeekust was gelegen, sloot de vesting
de hooggelegen Gooise zandgrond af voor
een oprukkende vijand. Naarden lag tussen de Zuiderzee en het ontoegankelijke
Naardermeer. In 1926
werd de vesting als verdedigingswerk opgeheven. Voortaan
mochten er stenen huizen en villa’s
in het schootsveld worden gebouwd en zo ontstonden de
Naardense ‘Buitenwijken’.
Voordien mochten in deze Verboden
Kringen alleen houten huizen worden getimmerd.
Naarden bleef
wel garnizoensstadje. Er waren verschillende kazernes, zoals de Promers -
en de weeshuiskazerne. De
Vesting had oorspronkelijk maar twee stadspoorten, de Utrechtse en de
Amsterdamse Poort. In 1939 kwam er een nieuwe verbindingsweg met Beatrixbrug
naar Bussum. Deze weg staat in Naarden bekend als de DOORBRAAK.
Tijdens de
Tweede Wereldoorlog wisselden de meest afschuwelijke
gebeurtenissen elkaar af. Daarom raakten minder dramatische zaken en ook
voorvallen met een goede afloop snel in het vergeetboek. Dit verhaal gaat
over de evacuatie van de Vesting. Achteraf leek dit op een tragikomische
operette. Niemand zette tot dusver duidelijk het hoe en waarom van de
evacuatie uiteen. Hierdoor ontstonden schampere verhalen, legenden en
allerlei misverstanden.
Het is algemeen
bekend dat de Nederlandse legerleiding tot de jaren
veertig geloofde dat de Hollandse Waterlinie een waterdicht
verdedigingsfront was. Deze visie was minder belachelijk dan vaak wordt
voorgesteld. Zelfs de geallieerde overmacht moest aan het eind van de
oorlog een half jaar werkloos achter de Nederlandse rivieren blijven.
De Waterlinie
liep van de IJsselmeerkust bij Naarden tot aan Rotterdam. Het noodlot van de vesting Naarden was dat zij niet achter,
maar voor het geïnundeerde gebied
lag. Verder vormde de verouderde Vesting juist een
zwakke plek in het verdedigingssysteem. Voor de Duitsers zou ze als
uitvalsbasis kunnen dienen.
Het
evacuatiedraaiboek
In 1939 had de
overheid evacuatieplannen gemaakt. Ze waren bedoeld voor de bewoners in en rondom het geïnundeerde
gebied. Deze mensen moesten in geval
van oorlog in veiligheid worden gebracht in de 'Vesting Holland'. (het gebied achter de Waterlinie). Er werden dikke
draaiboeken gemaakt om deze
operatie zo vlot mogelijk te kunnen uitvoeren.
Na de oorlog werd de evacuatie geëvalueerd. De overheid gaf toen een
lijvig rapport uit met de titel 'Evacuaties in Nederland 1939-1940'. Over de
werkelijke toedracht van de evacuatie van de Vestingbewoners werd in
het rapport niet gerept. Wel vermeldde men hoe de evacuatie, volgens het
vooroorlogse plan, had moeten verlopen.
Aanvankelijk
wilde men de meeste inwoners van de gemeenten Naarden, Bussum en Huizen evacueren. In tegenstelling tot Muiderberg, dat
midden in het geïnundeerde gebied
lag, zou dit niet direct bij het begin van de oorlog
gebeuren. Men dacht 30 treinen nodig te hebben om ongeveer 29.000
Naarders en Bussummers naar Schagen
en Heerhugowaard te brengen. Deze
plannen werden in een later stadium gewijzigd en in een nieuw draaiboek
uitgewerkt. De commandant van de brigade C
(groep Naarden -
Vesting Holland) drong toen aan op een algemene evacuatie van alle
wijken. In de oorspronkelijke plannen dacht men namelijk een
dichtbevolkte arbeiderswijk in Bussum niet te evacueren. De wijk zou in 'veilig
gebied' liggen. Na het bijstellen
van de plannen kwam men in de knoei met het
aantal opvangplaatsen in de zogenaamde vluchtoorden. Als oplossing koos
men ervoor de gemeente Huizen met zijn 6900 inwoners niet te laten
vertrekken. Volgens een eerder plan zouden de Huizers per boot over het
IJsselmeer via Volendam naar Waterland worden gebracht. Pas op 4 mei kwam
de commandant van het 'Oostfront van de Waterlinie' er
achter dat Naarden niet 8500 maar 9500 inwoners had. Drie dagen later had
men dit nieuwe gegeven reeds opgenomen in het vervoer - en evacuatieschema.
Uit Naarden
zouden 8900 personen worden afgevoerd. De rest van de inwoners, 600 personen,
bleven achter om allerlei diensten draaiende te
houden. Via station Naarden-Bussum zouden 9 treinen naar Bloemendaal (3),
Overveen (1), Aardenhout (1), Vogelenzang (1), Hoorn (2) en Blokker (1)
vertrekken. In Bloemendaal zouden 6000, in Hoorn 1900 en in Blokker 1000
Naarders worden ondergebracht.
Aan het einde
van 1939 was het leger begonnen om weilanden in de omgeving van Naarden onder water te zetten. In de 'Buitendijken'
tussen Naarden en Muiderberg werd IJsselmeerwater ingelaten. De weilanden kwamen
'dras' te staan. In het
Merwedekanaal werd het water opgezet tot 0,20 m boven NAP. Zo was de toestand
van 10 tot 12 mei 1940. Voor die tijd had men reeds het vee uit Muiderberg
afgevoerd naar plekken achter de Waterlinie. Het vee van de Gooise boeren was
begin mei, zoals ieder jaar, naar de Meenten gebracht waar - ook tijdens alle
oorlogsdagen - de koeien gemolken werden.
Belevenissen
van een zevenjarig jongetje
Als zevenjarig
jongetje beleefde ik deze meidagen intens. In mijn herinnering is mij het
volgende bijgebleven.
Vesting Naarden,
tien mei 1940. Het is een dag met prachtig weer. Mijn vriendjes en ik spelen op
het erf van onze boerderij. Veel buurjongens zijn komen opdagen
met hun zelfgemaakte karren. Onze club heeft nog nooit zoveel karren
bij elkaar gehad. Oude kinderwagenonderstellen met twee plankjes erop
getimmerd. Bij de luxe exemplaren kun je zelfs de voorwielen sturen met een stuk touw. We spelen na wat om ons heen gebeurt. Naarden
is een garnizoensplaatsje waar
regelmatig militaire voertuigen rijden. Op ons
maakt dit grote indruk. We apen de soldaten na, vormen een transport en
rijden achter elkaar. Dan komt ma naar buiten: "Jongens allemaal naar
huis!" Het spel is afgelopen.
huis worden de
ruiten in de achterkamer beplakt met bruine stroken
plakband. Dat is tegen vallende glassplinters bij explosies. Het zijn
voorzorgen op advies van de Luchtbeschermingsdienst. Voor ons raam met de kleine
sponningen is dat 'overbodige luxe'. De radio staat voortdurend
aan. Steeds hoor je een monotone stem: "Luchtwachtdienst,
luchtwachtdienst ... parachutisten boven Haarlem .. luchtwachtdienst ."
Het is
Pinksteren en de zon schijnt door het raam naar binnen. we liggen op de grond in de achterkamer. Buiten klinkt vliegtuiggeronk.
Ik meen zelfs een luchtgevecht
gezien te hebben.
Dinsdag 14
mei. Grote paniek, we moeten weg, de boerderij verlaten, vesting Naarden
verlaten! Mannen van de Luchtbeschermingsdienst
gaan de huizen langs. Ze
bevelen iedereen zo snel mogelijk het hoognodige
mee te nemen en het huis te verlaten. Wij laden van alles en nog wat op
de motorbakfiets van mijn vader. Deze is normaal in gebruik bij het melkventen,
maar dient nu als vluchtvoertuig. Bovenop liggen beddengoed en slopen met
inhoud. Op dit alles troon ik. Mijn vader zet alle flessen melk, pap en yoghurt
buiten op 't erf. "Dat is voor de Nederlandse soldaten", zegt hij. Een
probleem vormen de huisdieren. De honden en katten redden zich wel, maar de
geiten en konijnen?
Onze geit wordt in de hooischuur losgelaten met een teil water
om te drinken. Hooi is er genoeg. Er komen nog meer geiten bij. Alle
overige dieren worden losgelaten. Veel mensen brengen hun konijnen naar de
vestingwallen, er zullen er niet veel van terugkomen. Het vee, koeien en
paarden, loopt op de Meent.
Als alles
geregeld is, meldt iedereen zich bij het blokhoofd van zijn straat. Wij verlaten
onze boerderij en sluiten ons aan bij de stoet vluchtelingen. Via de Sint
Annastraat gaat het richting de Westwalstraat. Bij de opgang naar de Kippenbrug
ligt een gevulde sloop of dichtgeknoopt laken. Het is een hele baal, ernaast
staat huilend 'juffrouw' Colijn. We rijden
naar 'de Doorbraak'. Mijn oudere zussen lopen naast onze wagen met hun
fietsen aan de hand. een waakt angstvallig over het 'cententasje' aan
haar stuur. Het is gevuld met
'wisselgeld', een kluit van hoofdzakelijk rooie centen. We verlaten de Vesting
over de nieuwe Doorbraak. Ik herinner me nog de opening en aanleg. Als ik opkijk
naar de wallen, zie ik daarop soldaten
liggen met geweren. Voor mij zijn het goede bekenden en het grote voorbeeld.
Vaak hing ik rond bij de Promers en maakte een praatje met ze
als ze uit de ramen hingen. Verschillenden ervan, vooral het
keukenpersoneel, kende ik persoonlijk. Samen met mijn vader reed ik vaak
via de hoofdpoort naar de keuken van de Promerskazerne. Mijn vader
leverde daar melk en pap. Nog kort
tevoren rende ik naar huis om sigaren te halen voor een paar van deze soldaten.
Mijn vader gaf ze prompt. Nu liggen deze soldaten op de wallen en kijken de
wegtrekkende burgers na. Mijn wereld
stort ineen. Ik huil en vraag of we nooit meer terugkomen. De
vestingbewoners zijn vluchtelingen geworden.
Ver
zijn we niet gekomen, maar voor mij was dat wel het geval. In de
'buitenwijken' van Naarden worden de mensen ondergebracht (geconcentreerd
rond het ‘afvoerspoorwegstation' Naarden-Bussum) Ons gezin vindt
onderdak bij aardige mensen
in de Van der Helstlaan. De dochter des huizes is bij
de U.V.V. (Unie van Vrouwelijke Vrijwilligsters) 's Avonds slapen we in
een heel groot bed in een mooie grote slaapkamer. Achter het huis is een
terras en een vijvertje. Mijn oudste broer is in de wolken en wil er wel
blijven wonen. Ik vraag me steeds af of we ooit weer teruggaan. Toch is
het wel een avontuur. Het is 's avonds druk op straat, of beter gezegd 'in
de laan'. Bij het verkennen van de buurt komen we bekenden tegen en samen
bezichtigen we de omliggende lanen. Het is voor mij de eerste keer dat ik
hier kom. De grote rechthoekige vijvers tussen de villa's blijven later in mijn
gedachten verbonden met deze dagen. Mijn vader gaat in de namiddag en 's morgens
melken op de Meent, die in het schootsveld van de vesting ligt.
Sommige mensen zijn alweer terug in de Vesting, anderen hebben de Vesting
niet verlaten.
Het Nederlandse
leger heeft gecapituleerd. Ook wij gaan naar huis. Thuis blijkt van de voorraad
melkproducten slechts een flesje room te ontbreken. Later op de dag wordt dit
betaald door een 'juffrouw', die eerder thuisgekomen was dan wij. Een vroege
vorm van zelfbediening. Vooral een tijdsbeeld
waarin nog geen sprake was van normvervaging. Gewoon respect
voor mijn en dijn. De 'Nieuwe Orde' die volgde, maakte ook daar een eind
aan.
EVACUATIE
NAARDEN - door F.J.J. de Gooijer - 'DE
OMROEPER', OKTOBER 1994, JRG.7, NR. 4
__________________________________
De evacuatie
van Naarden werd ook vastgelegd door de
Naarder J. Hulscher uit de
Cattenhagestraat en de Bussumsche
Courant maakte er een verslag van.
DAGBOEK VAN J.
HULSCHER
Dinsdag 14 mei
1940
Heden 3 uur n.m.
werd huis aan huis een biljet bezorgd voor evacuatie. Ieder moet
met mondvoorraad voorzien zich begeven naar de Westwal. Velen zie ik hier
al voorbij gaan gepakt met dekens en diversen, tot nu toe weinig zenuwachtigheid
bemerkt. Enigen nemen hun honden mede.
Mijn overburen, de een is kruidenier, de andere bakker, kwamen nog
eens terug, de een om een kinderledikantje met bed, de ander om nog wat
meel en keukengerei en de radio mede te nemen.
Soldaten met het geweer in de hand kwamen eens een kijkje nemen: bij de
kruidenier liepen zij een flink stuk worst op en bij de bakker een flinke doos
met gebak. Toen werd het weer stil.
Voor mijzelf achtte ik het beter mij niet op straat te vertonen. Echter doet
alles vreemd aan.. Af en toe een auto, motorrijwiel of fiets, doch het was en bleef stil. In de tuin zongen de
merels, in de verte liet een koekoek zich horen, de bijen zoemden. ’t Is
vredig zomerweer, men kan niet geloven dat er oorlog is. En toch is er de harde
werkelijkheid, want in de verte hoor ik zwaar geschut. In het zuidwesten
leek wel brand te zijn. Later bleek dat de olie
Reservoirs van
de Bataafse Petroleummaatschappij te Amsterdam in brand stonden.
Alle bezitters
van boten en vaartuigen kregen bericht dat zij deze moesten laten zinken.
Voor velen was dit een moeite van jewelste: het laten zinken ging nog
wel, doch om nu zo’n schuit naar
boven te krijgen viel nog niet mede.
Om 7.15 uur n.m.
kwam de proclamatie door de radio behelzende de mededeling dat Rotterdam was
beschoten en dat Utrecht in brand zou worden geschoten.
En de Opperbevelhebber had, om erger te voorkomen, de troepen gelast alle
tegenweer te staken. Aan het leger werd ter kennis gebracht dat de orde door hen
moest worden gehandhaafd, totdat de geregelde Duitse troepen de leiding in
handen hebben genomen.
Woensdag 15 mei
1940
Alle
geevacueerde personen zijn weer terug in Naarden. Ver zijn zij niet weggeweest.
Allen kregen in de buitenwijken onderdak en zijn goed verzorgd. Natuurlijk
hoorde men nog wel eens grappige staaltjes vertellen. Mijn vrouw en ik zijn
thuis gebleven. Brouwer de bakker (Kloosterstraat) is ook thuisgebleven,
misschien nog wel anderen ook. Ik vernam nag
dat bij De Graaf, Marktstraat, was ingebroken, sigaren en sigaretten waren de
buit. Bij A. de Bruijn, bakker in
de Jan Massenstraat moet chocolade ontvreemd zijn.
Alle werken
staan stil. Later vernam ik nog dat bij slager Doorenspleet een partij worst
en een nieuw slagersmes was gestolen. Het mes heeft
hij in de kazerne gevonden, doch
de hartigheid was nergens te vinden. Men beweert dat de te Naarden liggende
soldaten in drie dagen geen worm eten hebben gehad.
Heden middag
ongeveer half zes kwamen veel vrachtauto’s en kanonnen benevens een aantal
(Nederlandse) soldaten Naarden binnen.
Direct gingen velen naar de kazerne om te zien of de hunnen er ook bij
waren. Men zegt dat van deze soldaten er vier zijn gedood in de oorlog.
Bevestiging heb ik echter niet kunnen krijgen.
Hedenochtend
zijn er verschillende auto’s met zieken en gewonden door Naarden gekomen.
Donderdag 16
mei 1940
Van enkele
personen hoorde ik dat zij minder
netjes ontvangen zijn. Onder andere van iemand welke door de bewoner naar een
kamertje werd gebracht ’t welk door deze gastvrije persoon van buiten werd
afgesloten. Andere personen kwamen
op de Oud Blaricummerweg op nr. 30. De bewoner wilde ze niet binnenlaten. Later
konden ze op een bovenkamer, welke
niet gemeubileerd was, hun bivak
opslaan, maar ze kregen niets te eten of te drinken, ofschoon er genoeg in huis
was.
Op heden zijn
weer verschillende militairen, waaronder de motorbrigade, aangekomen. ’s
Avonds kon men ze zien wandelen met hun meisjes, vrouwen, zusters, broers of
ouders.
Tegen 10 uur,
als het licht opgaat, moet men eerst voor verduisteringsmateriaal zorgen. Er is
bericht afgekomen dat men weer later
op straat mag vertoeven. Ook de cafe’s weer open mogen blijven en alcoholische
dranken mogen weer verstrekt worden aan burgers.
Zeer veel
werkelozen lieten zich inschrijven bij de arbeidsbeurs. De bussen van de Gooise
Stoomtram zijn steeds vol met reizigers.
Enige Duitse
soldaten kwamen op het Promersplein om de daar geparkeerde (Nederlandse)
militaire auto’s te inspecteren. Twee wagens hebben ze meegenomen, de
overigens gebruikten teveel benzine.
Bron:
DAGBOEK VAN EEN
NAARDER 1940-1945. Uitgave:
Stadsarchief Naarden, 1995
--------------------------------------
EVACUATIEVERSLAG
BUSSUMSCHE COURANT
Donderdag, 16
Mei 1940
EVACUATIE –
LIEF EN LEED
NAARDEN
In de vesting
ziet alles er weer als normaal uit, de burgerij is weergekeerd, en het
leven gaat zijn gewonen gang. Gisteravond is een gedeelte van de
Motorartillerie, dat bij het afkondigen van de mobilisatie vertrokken was, in de
Weeshuiskazerne weergekeerd.
Het was
Dinsdagmiddag een hele consternatie, toe de Vestingbewoners plotseling geëvacueerd
moesten worden, en met pak en zak vertrekken om in de buitenwijken
Van Naarden
onderkomen te zoeken. Tusschen vier en zes uur trok
een tragische stoet over de Beatrixbrug, sjouwende menschen, kinderen,
bepakte fietsen, enkele wagens en auto’s, maar in de buitenwijken stonden de
huizen gastvrij open en iedereen vond een plaats. Verlaten van burgers, doch
geheel bezet met Nederlandsche militairen, bleef het oude Naarden achter, men
vreesde voor het lot van de Vesting. Doch
slechts enkele uren na het evacuatiebevel kwam het bericht, dat Nederland de
wapens had neergelegd, en een zucht van verlichting ontsnapte vele
Vestingbewoners, die nu alle hoop mochten koesteren, have en goed weer
ongeschonden terug te zien.
En inderdaad is
dit het geval geweest. Wel gingen dien zelfden avond nog wilde geruchten omtrent
het afbranden van huizen (in het schootsveld), doch bij informatie bleek, dat de
militairen slechts enkele schuurtjes aan de buitenkant der vesting vernield
hadden, om beter uitzicht te
hebben.
Woensdagmorgen
(15 Mei) keerde de geheele bevolking dankbaar naar huis terug en vonden, na
korte afwezigheid, alles keurig terug. De winkels werden weer geopend, het leven
hernam zijn gewonen gang. Weldra stonden de ramen weer open en speelden de
kinderen langs de straat. Men “buurtte’ nog een beetje, vertelde elkaar zijn
wedervaren, maar daarmee was alles voorbij.
Donderdag , 23
Mei 1940
IS NAARDEN NU
VESTING OF IS ZIJ HET NIET?
Het gebeurde op
den laatsten oorlogsdag stemt tot nadenken ….
Wie echter
mocht denken dat de Vesting als verdedigingswerk volkomen heeft afgedaan, is de
laatsten tijd wel tot andere gedachten gebracht. Onder de dwang der
omstandigheden is men er toe overgegaan overal
mitaillieernesten op de wallen aan
te brengen en helaas heeft al die graverij geen goed gedaan aan het
architectonisch schoon der wallen. Maar bepaald een ontgocheling was ‘t, toen
op dien gedenkwaardigen Dinsdag 14 Mei j.l. plotseling de stad ontruimd moest
worden. De geheele bevolking werd naar de buitenwijken geëvacueerd, het
gemeentebestuur sloot het raadhuis en zocht eveneens zijn heil elders in de
gemeente en toen de burgers de Vesting verlaten hadden, liet de commandant de
bruggen ophalen. De Vesting was gereed om den naderdende vijand te ontvangen
…..
Gelukkig voor
de buitenwijken kwam het zoover
niet. Enkele uren later legde het Nederlandsche leger de wapens neer, de
vestingbruggen werden omlaag gelaten en de bewoners van het stadje konden hun
huizen weer betrekken. Maar wat zou
er gebeurd zijn als de strijd had voortgeduurd en de commandant had aan zijn
voornemen, om de vesting met hand en tand te verdedigen, gevolg gegeven?
Bron:
Bussumsche
Courant , Archief Naarden.